Opmerkingen 4 : Goethe en Shakespeare
Nu Jarno Wilhelm voorgesteld heeft, zich in Shakespeare te verdiepen, is de tijd rijp om even dieper in te gaan in de opvattingen van Goethe over Shakespeare, in dit aan de hand van de redevoering die hij in 1771 hield naar aanleiding
Zum Schäkespears Tag
pages.unibas.ch/shine/schaekspear.html
De voordracht begint met een vergelijking tussen twee wandelaars op hun levensweg. Alhoewel velen hun einddoel niet zullen bereiken, doen deze twee het helemaal niet slecht. Wel volgt ieder zijn eigen tempo. Alhoewel de ene zeer zijn best doet, draagt de andere zevenmijlslaarsen, en steekt hij de eerste al vlug voorbij. Wij kunnen slechts onze stappen met de achterblijvende wandelaar vergelijken.
Vandaag, zegt Goethe verder, eren wij de grootste wandelaar aller tijden. Maar toch moet de toehoorder weinig woorden verwachten, want
zur Zeit habe ich wenig über Schäkespearen gedacht ; geahndet, empfunden ...
Maar toch, de eerste bladzijden die hij gelezen heeft, zijn een openbaring geweest. Het was voldoende om het
regelmässige theater (met zijn eenheid van plaats, tijd en handeling) vaarwel te zeggen om zich over te geven aan een niet geketende verbeeldingskracht. Wij zullen deze overtuiging ook terug vinden bij
Faust.
Het Franse theater daarentegen (wij herinneren ons, dat de prins (en vermoedelijk ook de graaf) liefhebbers zijn van het Franse theater), dat voortbouwt op het antieke Griekse drama, parodieert zich zelf, vindt Goethe.
Of Shakespeare ook de eerste geweest is, die staatszaken op het toneel bracht, laat Goethe in het midden. Zelf twijfelt hij hier aan.
Goethe's definitie van het Shakespeareaans toneel luidt als volgt :
Schäkespears Theater ist ein schöner Raritätenkasten, in dem die Geschichte der Welt vor unsern Augen an dem unsichtbaren Faden der Zeit vorbeiwallt.
Hierbij botst de gepretendeerde wijsheid van onze wil met de noodzakelijke gang van het geheel.
Noch de Fransen, zoals Voltaire, noch besmette Duitsers, ja zelfs Wieland verdienen weinig lof.
Om te eindigen stelt Goethe nog, dat
Das, was edle Philosophen von der Welt gesagt haben, gilt auch von Schakespearen, das, was wir bös nennen, ist nur die andre Seit vom Guten, ...
Op een artikel uit 1813 over Shakespeare kom ik later nog terug.