Het 'Nationaltheater' in de 18e eeuw
Belangrijk is het, de betekenis van het begrip 'Nation' in de 18e eeuw in het achterhoofd te houden. Staten zoals nu kende men toen nog niet.
Tot het einde van de zeventiger jaren bestonden er alleen rondreizende theatergezelschappen, wiens belangrijkste doel het was, geld in het laatje te krijgen, kwestie van te overleven. Ernstige kunst kon dit bezwaarlijk genoemd worden.
Wat men eigenlijk wou, was een theater, dat niet langer bepaald werd door de smaak van de geldschieter, maar door inzichten in de kunst. En hiervoor werd het begrip 'Nationaltheater' uitgevonden. Een theater dat het gehele Duitse volk beroerde, zoals het klassieke Griekse theater dit ooit had voorgedaan.
Een eerste poging, zo'n 'Nationaltheater' op te richten, in Hamburg, mislukte, vanwege het ontbreken van staatssteun. Ze beschikten toen ook niet over begaafde toneelspelers als Schröder, noch over grote drama's, die toen pas begonnen het levenslicht te zien. Alleen was er Lessing, die het theatertijdschrift Hamburger Dramaturgie verzorgde. Belangrijk voor hem was een goede samenwerking tussen theater en esthetiek, en een drama, zoals het voor het eerst door Shakespeare werd uitgewerkt.
Terloops zij vermeld, dat ook Goethe zelf een tekst over het Shakespeareaanse theater heeft geschreven.
Het duurde nog tot 1777 voor Hamburg (onder leiding van Schröder) een vaste Bühne kreeg. Het eerste echte 'Nationaltheater' ontstond in 1776 in Wenen, dank zij keizer Jozef II.
Een interessante tekst hieromtrent (van de hand van Schiller) is ook : Was kann eine gute stehende Schaubühne eigentlich wirken ?, later omgedoopt tot Die Schaubühne als moralisch Anstalt betrachtet.