Boek 5, hoofdstuk 13 (brand, de harpspeler geestesgestoord)
Wilhelm ontwaakt de volgende morgen alleen in bed, en vraagt zich af wie er naast hem gelegen heeft. Het enige wat aan de vorige avond herinnert, is de sluier van de geest, die hij op zijn bed vindt. Daarop staat een zonderlinge spreuk :
"Z u m e r s t e n - u n d l e t z t e n m a l ! F l i e h ! J ü n g l i n g, f l i e h !"
Mignon komt binnen met het ontbijt, en Wilhelm schrikt. Zij leek deze nacht groter geworden te zijn, en zij gedraagt zich heel anders. Maar naderhand blijkt, dat niemand echt bij zinnen is, na het feest.
und alle waren durch das gestrige Fest verstimmt
Wilhelm trekt hieruit de conclusie (als algemene regel aan de lezer aangeboden) dat men geen enkel beroep kan beginnen met feestelijkheden.
Man feire nur, was glücklich vollendet ist
Ook 's avonds heerst er stilte. De opvoering voor de volgende dag ligt nog ver. Er wordt wel gesproken over de sluier van de geest, en alhoewel zij de spreuk niet kunnen verklaren, zijn zij er van overtuigd, dat de geest niet zal weerkeren.
Philine vraagt Wilhelm, zijn deur niet te blokkeren, zij moet immers haar pantoffels nog terughalen. Dit sterkt Wilhelm in zijn vermoedens, dat het Philine geweest is, die hem de vorige nacht bezocht heeft.
Terwijl Wilhelm onrustig op zijn kamer op en af loopt, komt Mignon binnengestormt :
"Meister ! Rette das Haus ! Es brennt !"
Terwijl Wilhelm mee probeert de brand onder controle te krijgen, roept Mignon :
"Meister ! Rette deinen Felix ! Der Alte ist rasend ! der Alte bringt ihn um !"
Blijkbaar is de harpspeler door het lint gegaan.
Wilhelm slaagt er in, de kinderen te kalmeren, ja, zij verwonderen zich zelfs over het vuur.
sich über die schönen, der Ordnung nach wie eine Illummination brennende Sparren und Gebälke zu erfreuen.
Wilhelm voelt sterk zijn verbondenheid met de twee kinderen, die nauwelijks aan een groot gevaar ontsnapt zijn. Na lang vragen begrijpt hij, dat de harpspeler gek geworden moet zijn.
Maar gelukkig is er niemand in de brand gebleven, en Serlo dringt al snel er op aan, de repetities voort te zetten, ook al dringt de lokale geestelijkheid er op aan, na dit goddelijk strafgericht, het theater te sluiten. Serlo is overtuigd van het tegendeel, en 's avonds zijn de toeschouwers massaal aanwezig.
Wordt vervolgd ...