Net Superduif van Esther Gerritsen uit.
Ergens is het een wat merkwaardig boek. De hoofdfiguur is Bonnie, een meisje van 11, dat vrij oude ouders heeft, die beide vertaler zijn. Ze heeft een fascinatie voor de Tweede Wereldoorlog en komt niet al te vrolijk over. Op school sluit ze vriendschap met Ine, die een stuk opgewekter is. Op een gegeven moment komt Bonnie tot de ontdekking dat ze in een duif kan veranderen en dat ze in die hoedanigheid mensen kan redden. Haar ouders geloven haar niet en ook als lezer zit ik met deze verandering een beetje in m'n maag. Niemand ziet Bonnie ooit als duif, maar ze geloofd er zelf wel in en ze beschrijft haar reddingen ook heel beeldend. Ze vertelt het aan Ine en op een gegeven moment houdt ze een spreekbeurt over haar verandering op school. Ze wordt natuurlijk niet geloofd en men pest haar er een beetje mee, hoewel dit niet echt een rol in het boek speelt. Bonnie heeft ook wat lichte zelfmoordneigingen. Ze begint zich op een gegeven moment met een scheermesje te snijden. Later zit ze op de middelbare school en ze gaat bij de schoolkrant. Eerst schrijft besprekingen van boeken over de Tweede Wereldoorlog, hetgeen haar op een gegeven moment niet meer in dank wordt afgenomen. Men vindt het namelijk wat te zwaar op de hand voor de schoolkrant. Er wordt haar gevraagd of ze columns wil schrijven en dat doet ze. Daar heeft ze succes mee, al heeft ze het gevoel dat wat ze schrijft niet helemaal goed begrepen wordt. Op een gegeven moment gaat ze toch over haar bestaan als Superduif schrijven en ook dit wordt gewaardeerd, al ziet men het een en ander als een product van haar fantasie. Tegen het eind van het boek komen fantasie en werkelijkheid elkaar tegen en ik moest even denken aan Birdy, een boek van William Wharton, over een jongen die een vogel wil zijn. Als hij getraumatiseerd uit de oorlog komt, verbeeld hij zich inderdaad een vogel te zijn. In het boek komt hij terug uit de Tweede Wereldoorlog en in de film, die naar dit boek is gemaakt, komt hij terug uit de Vietnamoorlog.