Het leven van Arsenjev
Ivan Boenin
In deel 3 van de Verzamelde werken van Ivan Boenin neemt de grotendeels autobiografische roman Het leven van Arsenjev de meeste plaats in. Hierin wordt de sfeer van Rusland van voor de revolutie opgeroepen. Hoofdpersoon Aleksej Arsenjev vertelt over zijn jeugd op het platteland, zijn schooljaren in de stad, het opkomen van de revolutionaire beweging en zijn groei naar volwassenheid. De eerste vier hoofdstukken verschenen in 1929, het vijfde en langste hoofdstuk verscheen afzonderlijk in 1933, het jaar waarin Boenin als eerste Russische schrijver de Nobelprijs voor literatuur kreeg. Daarnaast bevat dit deel de verhalen uit de periode 1937-1953. Boenin reageerde verontwaardigd op 'vileine zielen' die een aantal ervan als erotisch bestempelden. Zelf rekende hij deze latere verhalen tot zijn beste werk.
Recensie
'Het leven van Arsenjev' (300 blz.) beschrijft de ervaringen van de zoon van een verarmde adellijke familie op een Russisch landgoed rond de eeuwwende. Het boek heeft grotendeels een autobiografisch karakter. Boenins fijnzinnige proza met prachtige natuurbeschrijvingen werd in 1933 beloond met de Nobelprijs voor literatuur, de eerste die aan een Russische auteur werd toegekend.
Ivan Boenin (1870-1953) werd beschouwd als de chroniqueur van het verdwijnende leven op de 'adelsnesten'. Hij schreef zowel proza als poëzie. Het boek bevat voorts 30 korte verhalen uit de periode 1937-1952, waaruit het veelzijdige karakter van Boenins oeuvre blijkt en die hij zelf tot zijn beste werk rekende.
Dit deel III van het 'Verzameld Werk' werd vooraangeboden op a.i. 97-08-041-1. Deel I (de verhalen uit de periode 1892-1913) en II (verhalen uit de periode 1913-1930) werden aangeboden op a.i. 95-18-112-1 en 96-22-106-2. Het afsluitende deel IV zal brieven en kritisch proza bevatten.(Biblion recensie, P. Krug.)
Zie
www.nobelprize.org/nobel_prizes/literatu.../1933/bunin-bio.html
-
nl.wikipedia.org/wiki/Ivan_Boenin
ISBN 9789041711601 |Paperback | 324 pagina's | rainbow pockets | maart 2015
Vertaald door Margriet Berg en Marja Wiebes