Zes tips om je verhaal bij te schaven
Je verhaal krijgt pas echt vorm als je gaat schrappen. Met deze tips kun je dat op een gestructureerde manier doen.
Print het verhaal
Begin door je verhaal te printen. Lezen vanaf een scherm is vermoeiend, waardoor je belangrijke dingen over het hoofd gaat zien. Met een fysiek exemplaar van je verhaal kun je bovendien een rustige plaats opzoeken zodat je je goed kunt concentreren.
Lees je manuscript hardop voor
Eén van de beste manieren om fouten of onregelmatigheden te vinden, is door je verhaal hardop voor te lezen. Hierdoor registreer je de woorden op een andere manier, en interpreteer je ze dus ook anders. Zo is het goed mogelijk dat je over bepaalde fragmenten zult struikelen of merkt dat een bepaalde scène eigenlijk niks toevoegt aan het geheel. Arceer de fragmenten waar dit het geval is, zodat je ze later kunt schrappen.
Zet lijdende vorm om in actieve vorm
Een probleem waar veel schrijvers mee kampen, is dat ze onbewust in de lijdende vorm schrijven. Hierdoor maak je de zin niet alleen langer, maar ook onduidelijker. Een voorbeeld: ‘Thomas werd door zijn vader bij zijn nekvel gegrepen en werd onder de koude douche gezet.’ Zet deze zin in de actieve vorm en je krijgt dit: ‘Zijn vader greep Thomas bij zijn nekvel en zette hem onder de koude douche.’ Kort, duidelijk en een stuk beter leesbaar.
Maak dialogen compact
Kijk tijdens de schrapronde vooral naar de dialogen. Deze kunnen doorgaans vele malen korter dan hoe je ze aanvankelijk hebt opgeschreven. Denk hierbij aan dialoogaanduidingen, zoals ‘zij zei’ of ‘mompelde hij’. Deze geven vaak onnodige informatie: de lezer kan immers uit de dialoog wel opmaken hoe de personages de woorden uitspreken (lees in dit artikel welke aanduidingen je absoluut moet vermijden). Bovendien weet de lezer vaak na één aanduiding wel wie wat zegt.
Verwijder kopje-koffie-dialogen
In het echte leven voer je veel dialogen die uit sociaal oogpunt wenselijk zijn, of uitgesproken worden om aan de praat te blijven. Deze dialogen zijn in verhaalvorm allesbehalve interessant. Een voorbeeld is een kopje-koffie-dialoog:
‘Kom binnen.’
‘Dank je.’
‘Koffie?’
‘Ja, lekker.’
‘Suiker en melk?’
‘Een beetje suiker graag.’
Zo’n dialoog neemt veel ruimte in en dient geen enkel nut. Sfeerbeschrijving kan immers op veel effectievere manieren tot stand komen. De belangrijkste vraag die je jezelf bij iedere scène moet stellen, is: als ik deze scène (gedeeltelijk) schrap, heeft dat dan effect op het verloop van de plot? Zo niet, dan kun je hem negen van de tien keer weglaten zonder dat het afdoet aan je verhaal. Is dit voor een deel waar, kijk dan of je het belangrijkste moment van de scène kunt integreren in een andere. Schrap de rest.
Maak gebruik van feedback
Lezers kunnen vaak het beste zien of een verhaal korter kan. Zij zien het verhaal immers vanuit een objectief standpunt en kunnen je het beste vertellen of het verhaal al dan niet duidelijk is. Twijfel je over een scène? Zet hem dan op Proeflezen, de feedbackdienst van Schrijven Online, en vraag naar manieren om het fragment in te korten.
Door Reinoud Schaatsbergen, redacteur bij Schrijven Online
Meer schrijftips? Kijk dan op Schrijven Online.
www.schrijvenonline.org/tips