De 'Da Vinci Code'. Ik had het boek nog niet gelezen, of ik was het al beu. Vrienden uit alle hoeken en gaten wisten op feestjes en bij andere borrels de voorbije maanden tot vervelens toe te vertellen hoe zalig het boek wel is. Spannend, en vol mysterie, en goed geschreven en uiterst meeslepend. De supperlatieven vielen uit de lucht, als waren het T-shirtjes van Bikkembergs; het is werkelijk een hype. En dat vind ik altijd wel een beetje verdacht. Dus, voor mij hoefde het niet meteen. Maar toen ik zo'n oude kardinaal in zwart-purperen gelegenheidsensemble, en met een hoofd vol waarschuwingen, op tv zo ontzettend hard tegen het boek hoorde pleiten, ben ik het dan ook gaan kopen. Ik dacht, een boek vol fantasie en spanning dat een beetje Jezus, z'n moeder en z'n mogelijke lieven gaat en waar zo'n kardinaal van zegt dat ik het niet lezen mag omdat het door en door rot is, dat moet ik lezen. Alleen maar om te weten wat ik eventueel dreig te missen. Boeken in de ban doen verbieden aan gelovigen? Wie bedenkt het nog in 2005? In godsnaam? Het is ongeveer even erg als condooms verbieden aan gezonde mensen in een wereld vol rare gevaarlijke ziektes. En het is nu net iets wat je vooral moet doen als je wil dat het boek een bestseller wordt. Was de bijbel ook niet ooit een verboden boekje, en heeft dat de verkoop ooit tegengehouden? Ik geloof het niet, meneer de kardinaal. Van 'De Da Vinci Code', de succesthriller van Dan Brown, zijn nu wereldwijd al bijna twintig miljoen exemplaren verkocht. De schrijver is miljardair en voert met maar liefst drie boeken de bestsellerlijstjes aan. Dat is bij mijn weten niet eerder vertoond. Zelf heb ik 'De Da Vinci Code' graag gelezen, al begreep ik toen ik het boek dichtsloeg niet goed waarom het nu zo fantastisch verkoopt. Ik schat dat ik in mijn leventje toch al zo'n honderd betere boeken heb gelezen. Het is Brown natuurlijk van harte gegund. De man heeft zijn wereldwijde succes aan zijn talent te danken, en aan het feit dat zijn boek precies op het goede moment kwam. Hij heeft er hard voor moeten werken en vond ook nog eens de broodnodige portie geluk op zijn pad. Dat geluk heeft Simon Cox zelfs niet nodig. Deze Brit zag het succes van Dan Brown en speelde daar handig op in; hij schoot snel een boekje in elkaar dat hij 'De geheimen van de Da Vinci Code' noemde. Het bevat achtergrondinformatie bij al die mysterieuze symbolen, kerken en broederschappen. Cox harkte die bijeen van het internet en uit andere boeken, zocht daar mooieprentjes bij en voorzag het geheel van een sfeervolle omslag. Met wat handig knip-en plakwerk haakte hij zijn karretje vast aan de grootste bestseller van de eeuw. In een mum van tijd gingen ook van zijn boek talloos veel exemplaren over de toonbank. Kassa kassa. Hit the money and run. Ook verscheen trouwens een tweede boekje, dat op dezelfde leest is geschroeid: 'De geheimen van het Bernini Mysterie'. Zo kan Cox zich nog wel een tijdje verder verrijken, zonder daar veel te moeten voor doen. In die zin is hij bijna genialer dan Da Vinci. Die moest tenminste zelf nog zijn uitvindingen bedenken.
groetjes sharleen