Momenteel lees ik Mevrouw mijn moeder van Yvonne Keuls, in het kader van De Maand van het Lezen.
Wel leuk. Bij het laatste stuk, waar ik nu bezig ben, moest ik wel aan m'n vader denken. Ook eigenwijs als het ging om dingen die mogelijke ongelukken konden voorkomen en die hij niet wilde. Zoals de postoel, die over het toilet moest komen, zodat hij gemakkelijker van het toilet op kon staan. De volgende dag kon het ding weer worden opgehaald, want hij kon zich wel aan het fonteintje vasthouden. Een rollator voor in huis, ook niet nodig, hoewel hij niet bepaald vast op z'n benen stond en hij steun moest zoeken bij kasten. Een rollator voor buiten wees hij ook heel lang af, maar daar ging hij dan uiteindelijk, na z'n laatste verblijf in de revalidatiekliniek (althans het verblijf voor het allerlaatste verblijf). Net als de moeder van Yvonne Keuls vond hij het ook niet leuk in de revalidatiekliniek, omdat hij geen aanspraak had aan z'n medepatiënten. De eerste keer dat hij er was, was dit anders. Maar begin 2020, was het niet meer zo leuk voor hem. Kamer met uitzicht op een ongezellige woonwijk, een telefoon die niet functioneerde en eten dat hem niet zo smaakte. Ik nam brood voor hem mee, omdat hij het brood in de revalidatiekliniek niet lekker vond. En het feit dat hij plakken koek en krentenbrood en pakjes roomboter meenam naar z'n kamer werd ook niet echt gewaardeerd.