Tja, dat was toen kennelijk zo. De mensen leefden meer in hun gezin. De man had het druk met z'n werk en de moeder had het druk met het huishouden en de zorg voor de kinderen. En ja, het leven op straat, waarbij natuurlijk veel geroddeld werd, was natuurlijk niet wat er van fatsoenlijke mensen verwacht werd. Contacten buiten het gezin bleven beperkt tot goede vrienden, mogelijk vaak collega's van de man.
Dus de cultuur in het arme deel van de volkswijk, daar moest men zich van distantiëren. Zo leefden fatsoenlijke mensen niet, die hingen niet uit het raam om met de buurvrouw te kletsen, die moesten hun huis op orde houden en er voor zorgen dat de kinderen er netjes bij liepen en niet op straat zwierven. Van het gehang op straat en het geroddel kwam niets goed. Dat betekende dat het huishouden en de kinderen verwaarloosd werden, terwijl er ook conflicten konden ontstaan, die weer met geweld beslecht werden.
Dus ja, ergens kun je het je misschien ook wel weer een beetje voorstellen. Vroeger was er binnen het socialisme veel meer een soort verheffingsideaal. Mensen moesten zich spiegelen aan de mensen uit de hogere klasse en moesten dus in aanraking komen met de hogere cultuur. Primitieve muziek, als jazz hoorde daar natuurlijk niet bij. Volksliedjes daarentegen natuurlijk weer wel, maar uiteindelijk was alles er toch op gericht dat de arbeider zich zou ontwikkelen.
Gezinnen waren natuurlijk over het algemeen ook groter.
Maar ja, nu wil men toch ook wel weer wat meer naar een soort dorpscultuur, waarin mensen ook wat meer naar elkaar omkijken. Je kunt de tijden natuurlijk niet met elkaar vergelijken. Het boek laat overigens wel zien dat er uiteindelijk toch echt niet veel veranderd is in deze wijk. Het was allemaal niet zo idyllisch als men wel eens wil denken.