Land van glas
Alessandro Baricco
De inwoners van Quinnipak proberen onmogelijke dromen te realiseren. Een van hen is meneer Rail, de eigenaar van een glasfabriek. Soms verdwijnt hij voor langere tijd zonder zijn beeldschone vrouw, ‘Jun met de mooie lippen’, te vertellen waar hij is. Ze weet wel wanneer hij thuiskomt, want vooraf stuurt hij haar een juweel.
Op een dag deelt hij de komst van de locomotief Elisabeth mee. Meneer Rail wil namelijk een kaarsrechte spoorweg aanleggen van tweehonderd kilometer, waarbij de trein een projectiel is dat recht vooruit geschoten wordt. Zo kunnen de reizigers de wereld zien zoals ze die nooit eerder hebben gezien. De trein is niets minder dan de machine van het onmogelijke, die iets creëert wat nooit eerder zo heeft bestaan: snelheid.
De architect Hector Horeau, mede-ontwerper van het Crystal Palace, droomt van een wereld van glas, van een 'doorzichtig leven' waarin je je toch geborgen weet. Hiervoor roept hij de hulp van meneer Rail in.
Een andere idealist is de muziekgek Pekisch. Hij is op jacht naar 'de toon die niet bestaat' en gaat op in zijn wereld van curieuze vondsten als de ‘zelfbeluisteraar’, de ‘logofoor’ en de ‘humanofoon’.
Deze en andere figuren bouwen in Land van glas aan hun illusies.
Vertaler: M. Smits
Ingenaaid, 235 pagina's Verschenen: november 2000 Uitgeverij De Geus ISBN 9052268797