Ik heb Dr. Jekyll en Mr. Hyde gelezen, maar dat is wel heel lang geleden. Sterker nog ik heb het boekje zelf, hoewel het bijna uit elkaar valt. Het is een uitgave uit 1955 en kostte toen (schrik niet) 85 cent! Dat waren nog eens prijzen! Het is volgens mij vandaag de dag nog prima te lezen, hoewel de taal natuurlijk wel ouderwets aandoet voor hedendaagse lezers. Zal ik het begin even overtypen, zodat jullie een idee krijgen?
De jurist Utterson was een man met stroeve gelaatstrekken, die nooit door een glimlach verhelderd werden. Hij zei nooit veel, hij uitte zich moeilijk en wat hij zei, klonk altijd uiterst koel. Het was een lange, magere, droge, sombere kerel en toch - merkwaardig genoeg - iemand om veel mee op te hebben. Als hij onder vrienden was en de wijn hem smaakte kwam er iets bijzonder goedhartigs in zijn blik, iets dat in zijn woorden nooit tot uitdrukking kwam. Maar die goedhartigheid was niet alleen waarneembaar aan de vergenoegde wijze, waarop hij na zo'n vriendenmaal stil om zich heen keek, ze bleek ook en wel zo duidelijk uit zijn daden. Hij was streng voor zichzelf; als hij geen bezoek had, dronk hij gin bij wijze van zelfkastijding, om zijn verlangen naar een goed glas wijn te onderdrukken en hoewel hij veel van het toneel hield, had hij in geen twintig jaar een voet in een schouwburg gezet. Tegenover anderen legde hij echter altijd een grote mate van verdraagzaamheid aan de dag; het opbruisende temperament waaruit hun wangedrag voortsproot, beschouwde hij met een verbazing, die bijna iets afgunstigs had en raakten ze door hun eigen schuld in een hachelijke situatie dan was hij eerder geneigd hen te helpen dan te berispen.
Uit: Dr. Jekyll en Mr. Hyde van Robert Louis Stevenson, vertaald door Drs. H.W.J. Schaap.