Cours de Flamand, Het Vlaams dat men oudders klappen
Jean-Louis Marteel
Het Reuzekoor zet zich in voor het behoud vande Vlaamse taal en het cultuurgoed in Noord-Frankrijk. Marteel schreef een cursusboek: Cours de Flamand. Het Vlaams dat men oudders klappen (spreken).
Hij stelde één grammatica samen uit alle Frans-Vlaamsedialecten, die vaak van dorp tot dorp verschillen. De diversiteit en de late standaardisering verklaren dat woorden als “ouders” (“oudders”) en “Vlaams” (“Vlaemsch”) in deze tekst op verschillende wijzen zijn gespeld. Voor Marteel is het “Angelsaksische taalimperialisme” dat tegenwoordig het Frans bedreigt, vergelijkbaarmet het Frans dat het Vlaams verdrukt. Een belangrijk deel van de Vlaamse identiteit gaat verloren als de taal verdwijnt, vindt hij.
Ooit maakte de streek deel uit van het machtige Graafschap Vlaanderen en van de Zeventien Provinciën der Nederlanden.
In de dertiende en veertiende eeuw werd nog Vlaams gesproken in steden als Calais (Kales) en Saint-Omer (Sint-Omaars). Sindsdien rukte het Frans langzaam op richting noorden. Op het einde van de zeventiende eeuw kwam die ontwikkeling in een stroomversnelling, toen de Franse koning Lodewijk XIV de Westhoek veroverde. Vlaams was er officieel niet langer de voertaal en de nieuwe Fransen deden er volgens de machthebbers het best aan de taal van hun voorouders zo snel mogelijk te vergeten.
Tot diep in de twintigste eeuw bleef dat het beleid. De leraar Engels Jean-Noël Ternynck uit Hazebrouck vertelt dat Vlaamse leerlingen die vroeger op school hun moedertaal spraken, een klomp om hun nek gehangen kregen ten teken van hun boerse gedrag. Christine Lambrecht vult aan dat je je mond moest spoelen en een bord kreeg omgehangen met de Fransetekst “Frans spreken en zoet spelen”. Maar hetVlaams bleek hardnekkig. In woonkamers en dorpscafés overleefde de taal meer dan drie eeuwen onderdrukking. Sinds de streek bij Frankrijk hoort, ontwik-kelde de taal zich onafhankelijk van de overige dialecten in Vlaanderen, die samen met de Hollandse en andere noordelijke dialectenlangzamerhand een standaardvorm kreeg: het Nederlands. Het Vlaams van de Westhoek moest wachten op het werk van Marteel voor een eerste codificatie. De schattingen over het huidige aantal Vlaamstaligen lopen uiteen. Marteel denkt dat er zo’n 200.000 zijn, van wie een kwart de taal verstaat, maar niet spreekt. Ternynck is negatiever: “Zo’n 40.000 mensen begrijpen Vlaams en de helft daarvan spreekt de taal ook daadwerkelijk
Jean-Louis Marteel, Cours de Flamand, Het Vlaams dan men oudders klappen (Bray-Dunes), Méthode d'apprentissage du dialecte des Flamands de France (Westhoek), Miroirs Editions, Het Reuzekoor, Dunkerque, 1992, 448 pp., ISBN 2-84003-005-5, p. 144-145