Afgunst
Joeri Oljesja
In Afgunst is het 1927, de overgangstijd tussen de oude en de nieuwe wereld. De Russische revolutie is net haar kinderschoenen ontgroeid en de Sovjetmaatschappij begint langzaam haar definitieve structuur te krijgen, geënt op het marxistische streven naar een klasseloze maatschappij. Edoch, de dictator Stalin komt aan de macht. Zijn politiek is rampzalig.
Het grootste communistische ideaal was overvloed aan productie, alle kleine bedrijfjes werden gecollectiveerd in dienst van de staat, die een strenge controle uitoefende. Zo werd een worstenfabrikant gemakkelijk een in belangrijke in weelde barende partijbureaucraat, terwijl de meer innerlijk begaafde intellectueel of kunstenaar gedoemd was om een mislukking te worden, veroordeeld tot een hondenleven. Ziedaar het satirische thema van Oljesja's roman. Het gaat over deze worstenmaker ('een burger van een zeer solide voorkomen, wiens gelaatstrekken duidelijk verrieden hoe gewichtig hij was voor de staat') die de ikfiguur van het verhaal, dromer en nietsnut, van de straat oppikt. De worstenmaker hult hem in zijn weelde, kneedt hem tot zijn particuliere nar en weet hem dusdanig te onderwerpen dat hij als loopjongen de nieuwste worsten rondbrengt.
Schrijnend is de tegenstrijdigheid van gevoelens van de ikfiguur: aan de ene kant is hij zijn weldoener erkentelijk, maar aan de andere kant voelt hij zich vernederd; hij bewondert de worstenmaker en is tevens vervuld van afgunst door diens maatschappelijk succes.
Lees verder, klik hier
www.janhontscharenko.nl/journalistiek.ph...ies&vol=oljesja&n=13
Uitgever Van Oorschot 1981 gebonden 168 pagina's Vertaler Charles B. Timmer