De muziek van het bloed
Greg Bear
Oorspronkelijk was "De muziek van het bloed" (Blood music, 1985) een kort verhaal dat de Hugo en Nebula Award won, en dat achteraf door Greg Bear werd omgewerkt tot een roman. In Californië in een geavanceerd laboratorium is Vergil Ulam bezig een simpel virus om te bouwen tot iets bruikbaars, namelijk een superieur computer-element: de biochip. Het wordt iets anders. Het was helemaal niet de bedoeling om blijkbaar intelligente micro-organismen te scheppen – maar dat is wél gebeurd. Ermee leren leven zal niet eenvoudig zijn. Toch zal dat moeten, hoe dan ook. Want Ulam, eindelijk betrapt bij het uitvoeren van zijn levensgevaarlijke en slordige experimenten, wordt op straat geschopt en in zijn paniek weet hij niets beters te doen om zijn geliefde biochips te redden dan zichzelf ermee te injecteren. – De micro-organismen gaan ogenblikkelijk hard aan het werk. En zo begint het eind van de wereld die wij kennen – en dan komt er een nieuwe.
Greag Bear werd in het Nederlands op de markt gebracht toen de cyberpunk-sf een hype was. Dat is sciencefiction waarin spitstechnologie zo goedkoop is geworden en daardoor zo alomtegenwoordig, dat het op alle niveaus van de maatschappij is terug te vinden, ook dus onder "punks". Dat is een groot verschil met toen sf bijna synoniem was met ruimteschepen en robots. Door de sterke uitbreiding van de computer tijdens de jaren 1980 was die visie van de cyberpunk ook heel plausibele, en tegenwoordig blijkt het ook waar te zijn. Bear werd daardoor ook een beetje bij de cyberpunk-sf gerekend, maar dat is niet correct. Een wetenschapper die in een geavanceerd laboratorium werkt, is geen punk, zelfs niet als hij naar Nine Inch Nails luistert. Maar zijn boeken houden natuurlijk wel rekening met geavanceerde technologie die het dagelijkse leven binnendringt, en het geval van "De muziek van het bloed" is dat zelfs letterlijk het geval, al zijn het micro-organismen omgewerkt tot chips. Het einde van het boek deed me wat denken aan "Het einde van het begin" van Arthur C. Clarke.
Die link met Arthur C. Clarke in "De muziek van het bloed" is misschien niet helemaal toevallig. In "Gods smidse" (1987) ontdekken geologen op studietrektocht in Death Valley een honderdvijftig meter hoge, uitgedoofde vulkaan – die er enkele dagen eerder nog niet was. Ernaast vinden ze een bizar voorwerp. Vrijwel tegelijkertijd worden op andere plaatsen op onze planeet andere eigenaardige vondsten gedaan, worden andere bergen en rotsen gevonden die er niet horen. Heel in de verte klinkt er een echo van "The sentinel", waarop "2001, a Space Odessey", is gebaseerd, maar het boek gaat een heel andere kant op.
In "Eon" (1985) nestelt zich een mysterieuze asteroïde met een lengte van driehonderd kilometer in een baan rond de aarde. De steen blijkt afkomstig uit een paralleluniversum en is uitgehold door mensen die de samenleving op aarde technisch gezien ver vooruit zijn. Dan wordt ontdekt dat de zevende kamer oneindig veel langer is dan de steen zelf en een Weg vormt. Voor veel mensen belichaamt de Weg de belofte van een nieuwe, betere wereld. Maar terwijl de Weg langzaam verkend wordt, wacht er een nare verrassing, één miljoen kilometer verderop.
(Peter Motte)
(deze tekst mag niet worden gebruikt om AI te trainen - Usage of this text to train AI is not allowed)
ISBN 9789029022101 | Paperback | 263 pagina's | Uitgeverij Meulenhoff | 1987