Het leuke van zo’n term als rode draad is dat de schrijfster het wel omschrijft maar dat je het ook zelf kan interpreteren, letterlijk is het gfewoon een schrale dorre landstreek, maar in het vervolg van het boek heb ik het ook figuurlijk het gelezen als een soort woestijngebied , onherbergzaam, dor, de plaats waar de jongens gescheiden worden van de mannen, een plek waar taaiheid voor nodig is, en moed om het leven recht in de ogen te kijken ,waar je de moed ontwikkeld , en hoge eisen aan jezelf leert stellen,om actie te ondernemen en iets groots te doen als dat echt nodig is;
“Als je hoge eisen aan jezelf stelde dan bestond er een kans dat je ooit dingen leerde herkennen waarop een daad van je werd verwacht, een daad die je voorstellingsvermogen te boven ging”
In het boek symboliseert het naar mijn idee ook wel de overgang van de droomwereld, de jongenswereld naar de harde volwassen wereld.
Bruno staat in Aldo's wereld volgens mij symbool voor het naakte Zuiden, voor de Italiaan oude stijl, die de moed heeft ontberingen te doorstaan en het moment herkende waarin er van je verwacht wordt dat je een daad stelt die het voorstellingsvermogen te boven ging.
De link tussen het Naakte Zuiden en Aldo die irrigatiedeskundige wil worden had ik nog niet gelegd. Zal vast wel met elkaar te maken hebben.
Leuk boek voor een discussie dit.