De antichrist (Grieks: αντίχριστος antichristos = in plaats van Christus) is de ultieme manifestatie van het kwaad in een menselijk wezen. Het begrip komt in de Bijbel voor in de brieven van Johannes. In de Openbaring van Johannes, het laatste boek uit het Nieuwe Testament, komt het woord antichrist niet voor, maar naar algemene overtuiging wordt de persoon daarin wel beschreven en het beest genoemd.
De antichrist laat zich helemaal leiden door de satan en deze tracht door deze persoon de mensheid geheel in zijn macht te krijgen en de gelovigen uit te roeien. De antichrist heeft ook een soort geestelijk adviseur, de valse profeet genaamd. Aanvankelijk presenteert hij zich als degene die alle problemen van de wereld komt oplossen en krijgt hij de absolute macht over de mensheid. Van wezenlijk belang daarbij is dat hij zich zal voordoen alsof hij een 'goddelijk' wezen is waarbij hij zich bedient van bovennatuurlijke gaven waarmee hij zal pogen de mensheid te verleiden hem als 'god' te vereren.
Na verloop van tijd laat hij echter steeds meer zijn ware aard zien en barst zijn beestachtigheid volledig los. Hij zal de mensheid dwingen óf voor hem te kiezen óf voor God. Diegenen die voor hem kiezen moeten hem en het beeld dat van hem wordt gemaakt aanbidden en een teken van hem op hun voorhoofd of rechterhand aanvaarden (het teken van het beest: het getal 666). God daarentegen waarschuwt dat diegenen die dat doen onder Zijn Laatste Oordeel veroordeeld zullen worden.
De antichrist treedt in de geschiedenis op aan het einde van de tijd (eindtijd) vanwege de naderende terugkeer van Jezus Christus om Zijn Duizendjarig rijk op aarde te vestigen. Op het moment dat de heerschappij van de antichrist tot een climax komt, keert Jezus Christus naar de aarde. Daarop worden de antichrist en de valse profeet levend in een vuurpoel geworpen (zie Openbaringen 19, 20: En het beest werd gegrepen en met hem de valse profeet, die de tekenen voor zijn ogen gedaan had, waardoor hij hen verleidde, die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbaden; levend werden zij beiden geworpen in de poel des vuurs, die van zwavel brandt.); tevens wordt de satan in een diepe afgrond geworpen alwaar hij tot aan het einde van het Duizendjarige rijk moet verblijven.
Vandaar dat ik dacht dat het God was
Bernadet