Gerucht op de wind
Fred Lanzing
In Atjeh heerst een overwinningsroes. Sinds enkele jaren neemt het Nederlands Indisch Leger het initiatief en opereert het offensief en beweeglijk. Er waait een nieuwe wind. Er is een nieuw beleid: niet afwachten, de vijand opzoeken, rusteloos achtervolgen tot diep in het binnenland. Er is een nieuw instrument: de kleine, zelfstandig opererende marechaussee-brigades die de rebellen bestrijden met hun eigen wapens en op eigen terrein.
In Kota Radja, staf- en garnizoensstad, stroomt de champagne.
Er is een nieuwe leiding: in 1897 bevinden zich vier uitzonderlijke mannen tegelijk in Atjeh. Van Heutsz, opportunist, hedonist, echte troepen-officier, die precies weet wat hij wil en geen last heeft van ethiek of levensbeschouwing. Snouck Hurgronje, zijn sardonische adviseur, spion, geleerde en intrigant. Colijn, zijn adjudant, zeer gereformeerd, ambitieus en te velde meedogenloos. Van Daalen, zijn stafchef, een harde indische jongen, vechtmachine en proto-fascist. Zij worden in wisselend perspectief in scherpe portretten geschetst.
De tien bloedige jaren waarin het verzet zal worden vernietigd, zijn aangebroken. De militaire successen zijn groot. Maar de morele verwildering, gevolg van de woeste guerilla-oorlog, sluipt als een jakhals van hoog tot laag de gelederen binnen.
In een bordeel vindt een misdrijf plaats dat de gemoederen bij het lage kader en bij de bevolking verontrust. De vier mannen zijn er, elk op zijn eigen wijze, bij betrokken. Het vrolijke lichtekooitje Siti speelt haars ondanks een rol bij de oplossing van het probleem. Een verhaal vol nijd, moord, twist, list en kwaad-aardigheid.
Fred Lanzing werd in 1933 geboren in Nederlands-Indië. Hij is antropoloog met een grote belangstelling voor de koloniale geschiedenis. Hij publiceert hierover incidenteel, zoals in Maatstaf en in Hollands Maandblad. Zijn verhalenbundel Vannacht gaan wij op pad verscheen in 1996.
ISBN 9789054291565 Paperback 116 pagina's Uitgeverij Conserve april 2002