De gedichten van de schoolmeester
Gerrit van de Linde
Gerrit van de Linde is de meest besproken Leidse student uit de 19e eeuw. Van de Linde studeert vanaf 1825 theologie in Leiden. Hij is geliefd om zijn snelle geest en rappe tong en schrijft in de Almanak. Gerrit heeft plezier in het leven en komt ook regelmatig op de Sociëteit.
In 1833 gaat het mis. Van de Linde heeft dan voor bijna 3.000 gulden – voor die tijd voor een student een astronomisch bedrag schuld bij Leidse pasteibakkers, kleermakers en boekhandelaren. Verder heeft hij een bastaardzoon bij een muzikantendochter uit Rotterdam, Leentje Jasperse. Schulden en onechte kinderen zijn voor studenten uit de 19e eeuw geen onbekend verschijnsel. Gerrit van de Linde gaat echter nog een stapje verder: hij maakt Jeane Mobachius Quaet, de vrouw van de Leidse hoogleraar chemie Van der Boon Mesch, zwanger. Dat is een stap te ver. Als het geheim in november 1833 uitkomt, moet Van de Linde vluchten. Via Schipluiden en Rotterdam gaat hij naar Engeland.
Met steun van vrienden (o.a. van de letterkundige Jacob van Lennep), maar vooral door zijn eigen charme en doorzettingsvermogen wordt Van de Linde directeur van een kostschool op Highgate in London. In die periode stuurt hij allerlei brieven en gedichten naar zijn vrienden in Nederland.
In 1837 trouwt Van de Linde in London met Caroline de Monteuuis en wordt hij een liefhebbende huisvader. Als Van der Linde in 1858 sterft, is hij nog geen 50 jaar oud. Zijn vrouw, die vier kinderen moet onderhouden, stuurt alle schrijfsels op naar Jacob van Lennep. Die combineert een keuze uit de gedichten met een selectie uit de brieven die Van de Linde hem gestuurd heeft tot de bundel De gedichten van De Schoolmeester. Aan die vrolijke originele bundel is behoefte: de gedichten worden mateloos populair en beleven bijna 25 drukken in 50 jaar.
Van de Linde schrijft vlot en onconventioneel over allerlei zaken: over nieuwe haring, over vriendschap, grafschriften (“Hier ligt Poot: hij is dood”) en over de koe (“uitvindster van de aardbeien met room”). Ook zijn diergedichten bevatten beroemde zinnen: “Een leeuw is eigenlijk iemand / die bang is voor niemand”; “Een hond is vermaard / om zijn gezelligen aard / en ’t kwispelen van zijn staart.”
Jos Damen
www.leidenuniv.nl/mare/2004/14/libri08.html
Uitvoering: Paperback, 160 bladzijden Griffioen ISBN: 90 214 0596 2 Uitgeverij: Querido 2001