Beste Berna-trice en mede-speleologen,
Het is blijkbaar een goed idee om Irene ( of de Vriendschap) mee te nemen op jullie tocht naar het middenste van de aarde.
Het is heerlijk om te zien hoe jullie elkaar met sterke leeshanden vastnemen.
(“O mens, waarom uw hart gezet op dingen die alle deelgenootschap buitensluiten ?”
zucht er iemand bijna vergeefs in Dante’s hel of vagevuur.)
Ik heb op mijn innerlijk leeszoldertje wat werktuigen bij elkaar gezocht voor jullie,
ik denk dat mijn oude leeswapenrusting nog kan dienen :
mooi geslepen symmetrisch gereedschap,
als je er het stof van mijn herinneringen afblaast is het best nog te gebruiken :
zo zijn er enkele sleutels bij die jullie – denk ik - van nut kunnen zijn :
hou er altijd rekening mee dat
1) Dante een brug(-genbouwer) is tussen de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd.
Hij hoort evenveel beide tijdperken toe.
2) Dante is de eerste Humanist : hij vindt de Klassieke Oudheid en het Roomse Christendom evenwaardig,
hij staat even open voor het antiek-heidens levensgevoel als voor het Christelijke.
(Zo zal hij (bijna nauwgezet !) een Bijbels figuur of voorbeeld afwisselen met een Antiek of heidens figuur of voorbeeld.)
(De Reformatie is eigenlijk in kiem in hem aanwezig. Zoals zoveel andere toekomstige dingen.)
3) Dante put uit de Bijbel (hoofdzakelijk uit de Pentateuch !) EN uit de Aeneis ( = de tocht van Romeinse Rijk-stichter Aenaes ( oorspronkelijk een Trojaan)).
Bijbel en Aeneis vindt hij ongeveer gelijkwaardig.
4) Zijn wereldlijk ideaal is het Romeinse Keizerrijk ( in de nog zeer vage richting van een verlicht despotisme), Julius Caesar.
zijn geestelijk ideaal is het Roomse Christendom, Jezus Christus.
Ook stelt hij deze bijna gelijk.
5) Dante tracht alles tegelijk de volgende betekenislagen te geven :
een letterlijke
EN een figuurlijke
EN een morele
EN een maatschappelijke
EN een H. Schriftverklarende (of mystieke) betekenis.
(Dus, Berna-trice, als je vraagt : bedoelt Dante het hier letterlijk of figuurlijk ?
Dan is het antwoord meestal : beide.)
Voorbeeld.
De sneeuwluipaard, de leeuw, en de wolvin die Dante de weg versperren en bedreigen
zijn respectievelijk het symbool van de wellust, de hoogmoed, en de hebzucht.
Namelijk : Dante’s persoonlijke gebreken in het woud van zijn eigen leven,
EN de grote gebreken van de Florentijnse samenleving volgens Dante,
EN ook die van de Rooms Katholieke Kerk in die tijd.
Waarom zou de “windhond” Can Grande della Scala zijn ?
Omdat deze heer van Verona de politieke (wereldlijke) favoriet van Dante is,
en de heren van Verona tussen Feltro en Montefeltro (“beide feltro’s”) hun woonst hadden.
Maar het is niet zeker : er zijn vele andere verklaringen mogelijk met als uitschieter:
Mussolini (dachten sommigen in een donkerder tijdperk), die ook geboren is tussen Feltro en Montefeltro.
De andere vraag van Marjo is –meen ik- een fundamentele vraag aan alle dichters gericht :
“waarom zegt die man (vrouw) niet gewoon wat hij (zij) bedoelt zonder dat te verpakken in allerlei raadsels ?
Wel, Marjo, ik denk er het volgende van.
Alle goede dichters bedoelen altijd meer dan zij kunnen zeggen, dan men kan verwoorden tout court.
Zij moeten derhalve met het onzegbare flirten, zich verrekken aan beelden, zich overdoen aan metaforen, overdrijven, onderdrijven, en zo meer.
Daarom heet het – voor mij – “dichtkunst”.
Zij trachten die onvermijdelijke lacune te dichten.
Zij moeten eigenlijk voortdurend voorbij de menselijke verbale krachten gaan.
Omdat zij nooit in een 1-1-correspondentie hun onderwerp kunnen raken.
Hun object is altijd eindeloos meer dan het woord.
Het “aim above the target to hit the target” van Emerson geldt a fortiori in een wereld waar de zwaartekracht met de inherente logheid van woorden wordt aangevuld.
(Of een lief voorbeeldje : we zoenen raker dan dat we spreken.)
Nu, beste Marjo,
Dante is me wel een kerel hoor, daarin heb je gelijk :
hij maakt er een sport van in lagen te spreken
(zijn streefdoel was vier (!) dubbele bodems :
een leuk letterlijk tafereeltje,
een figuurlijke betekenis,
daaronder een moraallesje – liefst met een algemeen poltieke én specifiek Florentijnse allusie,
en als toetje een H.Schrift-verklarende of universeel mystieke these.)
Dat allegorische ( ik bedoel : het voortdurend personifiëren van algemene abstracte begrippen) moet je hem vergeven :
Dante is nog een halve Middeleeuwer, en dat was toen echt bon ton.
Jacob Burckhardt schrijft :
“ De hele Middeleeuwen waren bij uitstek de tijd geweest van het denken in allegorieën : theologie en filosofie behandelden hun categorieën dermate als onafhankelijke grootheden, dat poëzie en kunst naar het schijnt geen moeite hadden er datgene aan toe te voegen wat nog ontbrak om ze te personifiëren.”
Erger nog, Marjo, Jacob B. gaat verder
“ ... en in de duisterheid van zijn allegorieën heeft hij (Dante) naar men weet juist een bijzondere eer gesteld.”
Nu, H.Schrift-exegese was ook zeer in in die tijd,
en exegese op zich bijna een reflex of een hobby.
Dante is misschien ook niet vrij van een zekere “wij-ingewijden”-mentaliteit,
alhoewel hij in het Toscaans schreef opdat ook de “volksvrouwen” ervan zouden kunnen genieten.
Wat een epistel.
Ik ga stoppen want het wordt te lang.
Groetjes,
professor Jommus.
PS
Houdt moed , inferno-nauten !
De grote waardering doorheen de tijden voor de Divina Commedia komt mede doordat het een summa van het Middeleeuwse geestesleven is.
Je mag jezelf daarna een “mediëvisje” noemen !
De Commedia is bovendien een onuitputtelijke beeldenmijn en metafoorgroeve gebleken
voor zoveel latere literatuur, schilderkunst, beeldhouwkunst, en retoriek.
(Hoezeer ga je daarna vele kunstwerken beter begrijpen !)
PS-PS
En tenslotte, jullie infernauten, denk eraan,
in een goed gedicht over de hel
moet er een stevig stukje worden afgedaald.
In een goed gedicht over het vagevuur
wordt er heel wat geboet en gelouterd,
en weer naar boven geklauterd
langs alle facetten van het menselijk falen.
En dit alles zonder dralen.
Maar een goed gedicht over het paradijs
moet uiteindelijk en noodzakelijkerwijs ook alle poëzie ontstijgen
en onhoorbaar monden
in een geheel ontwapend onbetaalbaar onvervangbaar zwijgen.
Jom