Ik heb die vragen beantwoord die bij dat linkje stonden op de eerste bladzijde bij dit onderwerp. Dat mag toch wel? Samenvattend: van prachtig materiaal weet Japin alweer niet een echt literair werk te maken. Het beste waren de passages die vanuit het perspectief van bediende Peter werden verteld. De rest kwam niet tot leven, omdat Japin ze feiten laat vertellen en ze de scènes niet laat meemaken. Het boek in het geheel wordt op die manier vlak. Ik heb het wel uitgelezen, maar mijn aandacht begon wel te verslappen toen die oude minnaar aan het woord was. Hoe komt het toch dat al die boeken van Japin bestsellers worden, terwijl veel betere boeken (dat van Marja Pruis om er maar een te noemen, en dat van Bauer dat ik laatst las) veel minder worden besproken (en dus ook minder verkopen?).
In hoeverre heeft u zich een duidelijk beeld kunnen vormen van het personage Vaslav? Als u geen goed beeld van hem heeft gekregen, waaraan ligt dat volgens u?
Het beeld is redelijk duidelijk: een kwetsbare man die de spanning van de echte wereld niet aan kan. Bovendien weet hij niet om te gaan met de verwachtingen die door zijn roem worden veroorzaakt.
2. Jaap Goedegebuure suggereerde in Het Financieele Dagblad (4 september 2010), dat Japin Vaslav ‘wilde neerzetten als het type van de kunstenaar dat vaker faalt dan slaagt’. Wat vindt u van die suggestie?
Onzin. Het boek gaat niet over het falen van Vaslav, het gaat over zijn ontluikende krankzinnigheid.
3. Maarten Dessing schreef in Knack (1 september 2010): ‘De titel draagt zijn voornaam. Het omslag toont een tekening van hem in een van zijn kostuums. Toch gaat Vaslav niet over de beroemde balletdanser Vaslav Nijinski (1890-1950).’ Mark Cloostermans stelde in De Standaard (3 september 2010): ‘De eigenlijke hoofdpersoon is de bediende [Peter]’. Wat is uw mening?
Peter komt als personage het best uit de verf, omdat hij meer dan de anderen in scènes wordt geplaatst. Wat dat betreft klopt de opmerking van Dessing wel.
4. De roman draait om het laatste optreden van Vaslav op 19 januari 1919. Hoe stelt u zich op grond van de tekst voor dat hij de verschrikkingen van de oorlog al dansend heeft uitgebeeld?
Wild gebarend, zonder enig herkenbaar ritme.
5. De hele roman is gedateerd op 19 januari 1919. Wat is in dit verband uw oordeel over de compositie van het boek? (Deel 1 en 4 beschrijven elk een deel van die dag, deel 2 vertelt wat daarvoor en deel 3 wat daarna gebeurde).
Die compositie is wel origineel.
6. Waarom zou Japin in de twee delen waarin Peter als verteller optreedt de tijd consequent tot op de minuut nauwkeurig hebben aangegeven?
Die dag is heel belangrijk. Bovendien heeft Peter voor het eerst een horloge. Verder verandert alles op die dag: het ene moment zijn ze allemaal nog bezig met de voorbereiding van het optreden, het andere moment is alles voorbij.
7. Irene Start schreef in Elsevier (4 september 2010): ‘Japin gebruikt Peter om het verschil tussen de milieus te benadrukken, maar kan niet voorkomen dat de lezer de bediende snel zat wordt’. Wat is uw leeservaring wat betreft Peter?
Ik vond Peter het best uit de verf komen en de twee delen vanuit zijn perspectief vond ik het beste. Omdat hier vertoond wordt in plaats van verteld raak je al lezer meer betrokken bij wat er gebeurt.
8. Hoe verklaart u dat Peter, zonder er haar iets van te zeggen, Lise opeens in de steek laat?
Hij wil een echt leven leiden en met Lise is het allemaal al zo gewoon geworden. Hij wil dat dal ook verlaten.
9. Wat vindt u van Sergej’s uitspraak: ‘Haat is ontspoorde liefde’ (p. 286)?
Klopt wel: haat en liefde staan dicht bij elkaar en je kan niemand beter haten dan je verse ex.
10. Japin geeft in zijn verhaal – met name in het eerste deel – soms uitvoerige beschrijvingen, bijvoorbeeld van de verwarmingsinstallatie (p. 25-27) of de treinreis naar Lausanne (p. 43-49). In hoeverre vond u ze functioneel?
Die vond ik met name afbreuk doen aan het verhaal. Ze zijn ook overbodig. Met minder woorden kan je je ook wel een beeld vormen van die tijd en die omgeving.
11. In hoeverre kon u zich identificeren met Romola? Wat vindt u in dit verband van de typering die Rob Schouten in Trouw (11 september 2010) van haar geeft: ‘zijn hysterische vrouw’?
Romola kon ik niet volgen: wat zag zij toch in zo'n overduidelijke nicht als Vaslav. Of ze hysterisch was, zou ik niet durven zeggen.
12. Wat zou Japin bedoelen met de keus van zijn motto’s: deel twee, Sergej Pavlovitsj, krijgt een motto mee van Vaslav, deel drie, Romola, van Sergej? En hoe past u het motto van het laatste deel toe op wat er in dat deel beschreven wordt?
Geen idee, niet bij stilgestaan. Misschien bedoelt hij dat al die levens op elkaar ingrijpen.