Mooi, vanavond heb ik een interview met Franca Treur gezien en gehoord. Inderdaad komt ze over als een nogal verlegen meisje, dat zonder de lessen van Cox Habbema niet goed raad zou weten met dit soort optredens.
Maar niettemin hebben wij haar boek niet goed gelezen. Er zitten verschillende lagen in, die maar weinig recensenten hebben opgemerkt (zei zij). Het ging haar vooral om de taal: het meisje leert (en dat is haar volwassen worden) hoe ze met de taal kan spelen, hoe verhalen een eigen leven kunnen gaan leiden.
Zo schept ze tenslotte met de confetti een mooi verhaal: de confetti is gemaakt van de gereformeerde bladen; woorden zijn vermalen tot rondjes papier met letters; letters die op de grond een eigen formatie vormen, anders dan wat ze oorspronkelijk wilden zeggen; En dan nog: als het je niet bevalt: blaas even of schop er tegen aan, en het is weer anders. Je kan spelen met woorden. Zo speelt het meisje met woorden; haar verhalen gaan een eigen leven leiden.
Waarom 'de vader' en 'de moeder' werd er gevraagd.
Heel gedecideerd; nou ja, al beweert men wel eens anders: ze zijn niet mijn vader en min moeder!! Ze zijn de ouders van Kathelijne, van mijn fictieve personage.
En ze vond het mooi het zo uit te drukken, omdat men in haar geloof ook spreekt van 'de heer'.
Ze is bezig met een tweede boek. Hetzelfde milieu, hetzelfde onderwerp werd er gevraagd. Nog niet, was het antwoord, maar je weet nooit hoe een boek zich schrijft.
Nu ik haar gehoord heb, over zichzelf en haar boek, denk ik inderdaad dat we haar onderschat hebben. Maar laten we het tweede boek afwachten!