Het boek is terug naar de bieb. Ik moet je dus op gevoel antwoord geven. In het eerste deel, van het dromerige jongetje in Lathum, dat speelde in het veen, met zijn konijn, zijn schoolvriendinnetje ect. was de stijl licht, bijna vrolijk, ondanks de mishandeling door zijn vader en het enge geloof op de achtergrond. Zijn moeder hield van hem, hij genoot van de vrijheid in de natuur, zijn geheime plekjes.
Ik zag erg tegen het lezen van dit boek op: ik wilde er kennis van nemen, maar verwachtte vanaf blz. 1 in een somber boek terecht te komen. Door dit begin dacht ik: oh, dat valt mee. Dan blijf je doorlezen. En later ontdek je, dat de stijl gaandeweg verandert. Daardoor word je volgens mij zo meegesleept: je voelt (mede door de schrijfstijl) dat er veranderingen gaande zijn, die niet terug te draaien zijn.
Nadat de moeder terugkeerde (na een korte periode waarin ze weggelopen was omdat ze het niet meer uithield) was de toon ook weer wat lichter. Die stijl beurt dan ook de lezer weer op, schept hoopt op een goede afloop. Maar opnieuw verschijnen de broeders en gaat het mis. De stijl van de stukjes waarin hij van perspectief wisselt: had je toen niet.... etc. toont de wanhoop, die iedereen in het gezin gevoeld moet hebben.
De waanzin van de hem omringende broeders en de dichterbij komende dood en de angst voor wat daarna gaat komen: ook dat komt allemaal tot leven in de stijl: de koele berekende taal van de broeders als ze koffie komen drinken; de uitgesproken lithanieën over de ziel van Hans; zijn verwarde en angstige gedachten. Zonder hartstochtelijke uitwijdingen: het registreren zonder meer is al erg genoeg. Dat maakt deze krankzinnige toestand ook geloofwaardig!
De stijl van de laatste bladzijde straalt weer rust uit: de vrouw van Hans heeft zich niets aangetrokken van de onheilsprofeten en op zijn steen gezet: Hij is ontslapen in de Heere (als ik het goed onthouden heb). Dat is wat zij gelooft en waarvan zij denkt dat hij dat verdiend heeft. Toch een goede afloop aan het verhaal: er is een einde aan ieders lijden gekomen, zij heeft er vrede mee, dat hij eindelijk daar is, waar hij zo naar verlangde en rust heeft.
"Een mens die het aandurft om een uur te verspillen heeft de waarde van het leven nog niet ontdekt."
Charles Darwin Engels medicus en bioloog (1809-1882)