Hallo Rotor,
Ik lees in het Nederlands, Frans, en Engels.
Meer niet.
Duits alleen in tweetalige edities.
De stiltes en spaties allemaal in het origineel,
in een ontastbaar Braille,
en dat is niet zelden het belangrijkste in de poëzie.
Ik moet het voor het overige hebben van vertalingen.
Dat is echter niet zo erg, want mij interesseert vooral het mededeelbare,
het ver-taal-bare in de literatuur.
Naar wat tussen de lijnen staat moet je dan wel met des te meer omhaal hengelen.
Maar je leert er zodoende goed mee vermoeden,
en flexibel interpreteren.
Het oefent je wendbaarheid in een verengde tussenregelruimte.
Als je dicht moet je ook zeer veel naar de juiste woorden voelen.
Het is dan niet zo erg als een gedicht bijna een devinette wordt.
Een invulrijmpje. Ook dat is instructief.
Vind ik.
Groeten, Rotor, hou het draaiende.
PS
Jean Paul ?
Ik ben ooit begonnen aan "Hyperion" van Hölderlin
(machtig dichter vind ik, maar als romancier...).
Zijn “Diotima” vond dat zo ongelooflijk mooi,
maar ik vond het van een onwezenlijke verheven gezwollenheid.
Ik heb dus wat schrik van Jean Paul.
PS-PS
Als Kesselloniër en als dichter leef ik tweemaal
op een taalgrens
- op de grens met de Romaanse wereld
- en op de grens van het onzegbare.
Dat is misschien een voordeel in het taalgevoelen.