Momenteel lees ik een dun boekje, namelijk:
Camilla Läckberg - Sneeuwstorm en amandelgeur
De hoofdfiguur, een agent die ook in de andere boeken van deze schrijfster voorkomt, strandt samen met z'n vriendin op een eilandje voor de kust van Zweden. Er is een bijeenkomst van de familie van de vriendin, waarvan de grootvader een groot imperium heeft opgebouwd. Daar de kinderen en kleinkinderen er over het algemeen in zijn ogen een potje van hebbben gemaakt, geeft hij aan z'n testament veranderd te hebben, zodat de familie alleen krijgt waar het wettelijk recht op heeft. Even later valt hij dood neer en hij blijkt vergiftigd te zijn. Het eiland is onbereikbaar en de agent begint dus maar met het verhoren van iedereen. Het grootste deel van de familie valt het best te omschrijven als een stel aasgieren. Alleen een kleinzoon rouwt om z'n grootvader. De anderen denken alleen maar aan de erfenis en hoe ze een zo groot mogelijk deel in de wacht kunnen slepen. De vriendin van de agent is misschien nog het minst sympathiek, hoewel dat weinig scheelt. voor grootvader overlijdt zie je al dat ze hoopt het grootste deel van de erfenis in de wacht te slepen. Alle andere familieleden, met uitzondering van haar broer, de eerder genoemde kleinzoon, hebben er al een potje van gemaakt en ze hoopt dat er nog een zwakheid van de kleinzoon opduikt, waardoor hij ook in ongenade valt.