Inmiddels heb ik De dweiloorlog uit.
De verhalen kennen hun grappige momenten, maar soms vind ik ze ook wel tragisch, met aftakeling en de dood. Het laatste verhaal speelt zich af op Bickerseiland, een buurt waar ik vroeger een vriendin had, waarmee ik zo nu en dan Amsterdam onveilig maakte.
Ik ben blij dat ik dat met m'n moeder niet mee heb hoeven maken en dat m'n vader nog altijd redelijk gezond is. M'n moeder overleed redelijk snel na een hersenbloeding.
Het is goed dat er mensen zijn die dit werk kunnen doen. Ik zou er zelf absoluut niet geschikt voor zijn. Vroeger maakte ik regelmatig de kattenbak schoon bij een oudere invalide dame, waar ik ook altijd een tijdje bleef zitten om een praatje te maken, iets dat me eerlijk gezegd steeds meer tegen ging staan. Iedere keer klaagzangen over dingen die op TV te zien waren, gemopper over familie die gestopt was met roken en waar dus niet meer gerookt mocht worden (als ik kwam rookte ze overigens niet, omdat ik er last van had) en over mensen die naar haar mening niet genoeg rekening hielden met invalidenscooters. Toen m'n moeder nog leefde nam ik haar wel eens mee, zodat ze samen theezakjes konden vouwen en ik niet hoefde te blijven om een praatje te maken. Nadat ik een paar keer was vergeten nieuwe kattenbakvulling in de kattenbak te doen, iets wat natuurlijk niet erg handig was en voor veel rommel zorgde, kwam er een eind aan deze bezigheid. Aan de ene kant voelde ik me vreselijk schuldig, maar aan de andere kant was ik blij dat ik niet meer met tegenzin naar deze vrouw moest. Helaas zijn sociale vaardigheden niet mijn sterkste punt.
Inmiddels ben ik begonnen in Het mosselmaal van Birgit Vanderbeke. Ik ben nog niet zo ver en kan dus alleen zeggen dat de voorkant gesierd wordt door een schilderij van Rene Magritte, een schilder waar een schoolvriend van mij een groot bewonderaar van was. We zijn ooit bezig geweest met het opnemen van een nummer dat hij had geschreven en dat de titel Merci monsieur Magritte had.