Ik ga op vakantie en neem mee... een verrekijker
De vrouw die haar verrekijker had vergeten
Marlene van Niekerk
De Nederlandse televisie heeft de laatste jaren erg veel portretten laten zien van een beetje ‘gekke’ Nederlanders. Programma’s als ‘De stoel’ en ‘Paradijsvogels’ geven een kijkje in de keuken van de niet-doorsnee medeburger. Rariteitenkabinetten waar je vol bewondering naar kijkt, maar die je eigen leven niet veranderen. De waanbeelden van een ander raken je alleen als amusement.
Een boom vol vogels, een optocht, zonnebloemen, schilderijen van Vermeer, vuur en poëzie. Dat zijn de obsessies waaraan de hoofdpersonen lijden in De vrouw die haar verrekijker vergeten had van de Zuid-Afrikaanse schrijfster Marlene van Niekerk. Volgens de achterflap ‘absurdistische’ verhalen, maar in werkelijkheid juist erg realistische verhalen die je in sneltreinvaart wil uitlezen.
Van Niekerk slaagt er volgens mij goed in om elk verhaal geloofwaardig te maken, de personages zijn karakters die langzamerhand verdwalen in hun gekte. In het titelverhaal is dat het geval met een schrijfster die in een vakantiehuis tot rust wil komen om een boek te schrijven. Haar enige hobby is vogels kijken, maar tot haar schrik is ze haar verrekijker vergeten. Om toch van vogels te genieten, gaat ze onder de boom op het erf de vogels maar van dichtbij bekijken. Daartoe moet ze de vogels lokken met lekkere hapjes. Die lekkere hapjes dijen uit tot complete maaltijden waar iedere vogelsoort op afkomt. De schrijfster is op het laatst alleen maar bezig met het bereiden van voedsel voor die vogels. Zelfs levende muizen spijkert ze vast aan de boom om roofvogels te lokken. Uiteindelijk draait ze helemaal door.
De kracht van de verhalen zit in de langzame opbouw. Daardoor groei je mee in de obsessie van de personages. Stapje voor stapje maakt Van Niekerk die obsessie erger en voordat je het weet zit je midden in de waan. In ‘Andries’ heeft een ietwat zwakbegaafde jongen een voorliefde voor bloemen en zonnebloemen in het bijzonder. Het begint allemaal met een paar zonnebloemen in de achtertuin van zijn ouders. Later, als gevangenbewaarder, tovert hij de gevangenistuin langzaam om tot een bloemenparadijs, waar zelfs dagtripjes naartoe gemaakt kunnen worden. Zoiets kan niet goed eindigen.
Het knappe van deze beschrijvingen is dat je niet van een afstand kijkt naar de personages. Je gaat het zelfs jammer vinden als de obsessies tot een halt worden gebracht. De enige uitzondering hierop is ‘Het verhaal van mijn neef’ waarin je door de ogen van kleine jongen kijkt naar een gevaarlijk neef die met vuur speelt en uiteindelijk zelfs een berg in brand steekt. Je beleeft het verhaal niet, maar je bekijkt. Dat is jammer, want dan word je de toeschouwer die een portret van een willekeurige malloot krijgt. In de andere verhalen laat Van Niekerk overtuigend zien dat literatuur veel meer kan dan een tv-programma.
Coen Peppelenbos
Leeuwarder Courant 2 april 1999
paperback ISBN 90-6974-316-7 pagina's | Arena 1998
Vertaald door Riet de Jong-Goossens en Robert Dorsman.