Van hofballet tot postmoderne dans
Luuk Utrecht
De Nederlandse danskunst staat in binnen- en buitenland hoog aangeschreven. Dat is te danken aan het vooruitstrevende werk van choreografen als Rudi van Dantzig, Hans van Manen en Toer van Schayk. Om het belang van hun creaties beter te begrijpen, is kennis van de westerse dansgeschiedenis onontbeerlijk. Het boek Van hofballet tot postmoderne-dans voorziet hierin op uitstekende wijze. Het behandelt uitvoerig de verschillende stijlen per land in de loop van de geschiedenis. Bovendien gaat het in op de werkwijze van choreografen en hun visie op deze bijzondere kunstvorm.
Het is geschreven als een inleiding in de geschiedenis van de westerse theaterdans, dat wil zeggen het akademische ballet en de moderne dans. Hierbij gaat het vooral om de artistieke ontwikkelingsgeschiedenis: de manier waarop choreografen in de loop van de tijd met hun materiaal zijn omgegaan.
'Choreografisch materiaal' staat dan voor soorten van lichaamshoudingen en -bewegingen die worden gebruikt om een dansstuk te creëren. Dit boek maakt voorkeuren voor diverse soorten van houdingen en bewegingen inzichtelijk, zowel voor de verschillende stijlen van tijdperken, landen en stromingen als, binnen een bepaalde stijl, voor individuele choreografen. Het is het streven van de auteur geweest om inzicht te geven in de verschillende artistieke uitgangspunten en doelstellingen, die choreografen en danstheoretici door de tijd heen hebben verdedigd en die kenmerkend zijn voor bepaalde, belangrijk geachte stijlen of stromingen.
NBD|Biblion recensie
De danscriticus en danshistoricus Luuk Utrecht (1940) schreef deze inleiding in de westerse dansgeschiedenis als studieboek voor zijn studenten theaterwetenschap en tegelijk als naslagwerk voor het Nederlandse danspubliek. Het is een inleiding in de geschiedenis van ballet en moderne dans, beginnend met het 16de-eeuwse hofballet en eindigend met de postmoderne dans van de jaren tachtig. De nadruk ligt op de 20ste eeuw en op choreografische ontwikkelingen.
Hoofdstuk 1 bestaat uit inleidende danstheorie, de hoofdstukken 2 tot en met 5 behandelen de periode tot 1900, de hoofdstukken 6 tot en met 10 de 20ste eeuw. De historische informatie is gebaseerd op secundaire literatuur, de actuele informatie op eigen kijkervaringen; negatieve waarde-oordelen zijn daarbij vermeden. Het boek is helder geschreven en met vele zwart-witfoto's fraai vormgegeven. Dit danshistorische overzicht is belangrijk voor elke Nederlandse dansliefhebber.
(Biblion recensie, Nancy de Wilde.
ISBN 9789060119006 Paperback Walburg Pers | februari 1995