Ik vind dat 'geneuzel' juist zo leuk. Want het gaat écht zo op een kantoor. Iedereen die daar werkt heeft een heel eigen karakter en die worden voor minstens 8 uur per dag bij elkaar gezet en dat kan natuurlijk nooit helemaal goed gaan. Er zijn wederzijdse irritaties, je mag de een meer dan de ander, er zitten zeurpieten en optimisten tussen, net als in het gewone leven buiten kantoor en die sfeer en al die gedoetjes en dingetjes heeft Voskuil zo prachtig weer weten te geven. Dat maakt de boeken zo knap. Dat kantoor is een wereldje op zich zoals er overal wereldjes zijn, schoolwereldjes, balletwereldjes, kunstwereldjes enz. en om dát te kunnen beschrijven is knap. Juist dat getutter wat overal is op iemands werk, máken deze boeken.
Voskuil had zijn werk nodig om te kunnen leven, alles te kunnen betalen, hij zei ook in een interview (
www.boekennieuws.nl/video/bij-j-j-voskuil-thuis/
) als ik niet had kunnen schrijven was ik gek geworden. Het schrijven was zijn uitlaatklep. Voskuil was een denker. Nicolien is overigens ook haar hele leven verontwaardigd gebleven dat hij werkte.
Maar Voskuil moest wel omdat er brood op de plank moest, maar daarom hoef je je werk nog niet leuk te vinden...
Hier is een interview met hem te lezen, dat is een ander interview dan waar ik het hierboven over heb.
www.dbnl.org/tekst/_tir001200101_01/_tir001200101_01_0017.php
Dettie