Kantoor
Het Bureau compleet
J.J. Voskuil
Meneer Beerta is het eerste deel van Het Bureau, een roman in zeven delen, die de menselijke verhoudingen op en rondom een wetenschappelijk instituut tussen de jaren 1957 en 1987 tot onderwerp heeft. Hoofdpersoon is Maarten Koning, die ook in Bij nader inzien - het debuut van J.J. Voskuil uit 1963 - centraal stond.
Maarten Koning ervaart de maatschappij waarin hij een plaats moet vinden als bedreigend en past zich moeilijk aan. Dat scherpt zijn blik voor zijn eigen tekortkomingen en die van zijn collega’s. In zijn ogen is de wereld waarin zij leven een schijnwereld, waarin mensen hun behoefte aan aandacht, erkenning of macht verbergen achter, schijnbaar zinvolle, maar in werkelijkheid zinloze werkzaamheden. Deze verborgen behoeften van mensen die elkaar niet hebben uitgezocht maar wel dag in dag uit met elkaar moeten verkeren, zijn aanleiding tot talloze wrijvingen en spanningen, een enkele maal met een tragische afloop, maar meestal komisch.
Het tweede deel van Het Bureau, Vuile handen, beschrijft de jaren tussen 1965 en 1973. Buiten woeden het Bouwvakkersoproer, de Maagdenhuisbezetting en de Vietnam-demonstraties. Het Bureau zelf groeit uit zijn voegen en verhuist naar een oud bankgebouw aan de Amsterdamse Keizersgracht. De gepensioneerde directeur Anton Beerta blijft achter de schermen actief.
In het derde deel van Het Bureau, Plankton, neemt de druk op Maarten Koning om zijn proefschrift te schrijven toe, zoals ook van hem en zijn afdeling verlangd wordt om meer in de openbaarheid te treden, twee zaken waarvoor hij allergisch is. In weerwil van de bezuinigingsmaatregelen die volgen op de oliecrisis van 1974 breidt de bezetting van het Bureau zich nog steeds uit en wordt de koffieruimte steeds meer een ontmoetingsplaats.
Het A.P. Beerta-Instituut, het vierde (en dikste) deel van Het Bureau omspant de jaren 1975-1979. Als gevolg van Beerta's uitschakeling komt de verantwoordelijkheid voor de koers van de afdeling geheel bij Maarten Koning te liggen. Met zijn optreden in de voorafgaande jaren heeft hij het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt. De Europese Atlas heeft door zijn toedoen op het congres in Hongarije de doodsteek gekregen. En de samenwerking met de Vlaamse redacteuren van Ons Tijdschrift is door zijn kritiek op de opvattingen van Pieters praktisch onmogelijk geworden. De noodzaak om aan het vak een nieuwe grondslag te geven en met een handjevol mensen, zonder hulp van buiten, een tijdschrift te vullen, verhoogt de werkdruk op de afdeling. Dat veroorzaakt spanningen tussen Maarten en zijn medewerkers.
En ook weemoedigheid, deel vijf van Het Bureau, omspant de jaren 1979-1982. Terwijl hoofdpersoon Maarten Koning in zijn vak steeds meer aanzien krijgt, ziet hij de bestuurlijke problemen op het wetenschappelijk Bureau waar hij werkt alleen maar groeien. Bezuinigingspogingen leiden tot toenemende bureaucratisering en centralisering, die de schijn moeten wekken dat er doelmatig en op hoog niveau wordt gewerkt. Intussen dwingt de Vakbeweging een systeem van periodieke beoordeling af, die de bedoeling hebben eventuele ontslagprocedures te vertragen.
In Afgang, deel zes van Het Bureau dat de periode 1982-1987 bestrijkt, ontladen de opgehoopte spanningen zich op alle niveaus. Als hoofd van zijn afdeling op het A.P. Beerta-Instituut stuit hoofdpersoon Maarten Koning op lijdelijk én openlijk verzet tegen het door hem gevoerde beleid. Dit leidt met een aantal medewerkers tot een definitieve breuk. Hij voelt zich mislukt als afdelingshoofd en trekt zich steeds meer terug in zijn andere taken. De verhouding met zijn vrouw Nicolien lijdt daaronder. In die zelfde tijd wordt zij geconfronteerd met de ziekte en dood van haar moeder, en korte tijd later met die van hun vriend Frans Veen, de enige die in haar ogen een fatsoenlijk leven heeft geleid.
In De dood van Maarten Koning, het laatste deel van Het Bureau ziet Maarten Koning zich al op de eerste dag na zijn afscheid gesteld voor de vraag wat hij met zijn leven moet aanvangen. Hij begint met kleine klusjes in huis, merkt dat hij daarbij Nicolien in de weg loopt die het ontwend is om de hele dag met zijn tweeën te zijn, loopt een blokje om, pakt de fiets en gaat een keer bij het Bureau langs om de drukproeven terug te brengen van het Bulletin, waarvoor hij tot het eind van het jaar nog de verantwoordelijkheid heeft. Geleidelijk vindt hij een evenwicht, waarin gevoelens van onbestemdheid afgewisseld worden door die van gelukzaligheid en vrijheid.
ISBN 9789028240018 | Paperback | Van Oorschot | januari 2002
Alle delen zitten samen in een schuifcassette.