4.Vooraleer nog even in te gaan op ‘Mon Faust’ van Paul Valéry en ‘Doktor Faustus’ van Thomas Mann, nog even een kleine samenvatting van enige merkwaardigheden uit de 19e en 20e eeuw :
1)de enige uitgever van Goethe’s Faust tot 1867 : Verlagshaus Cotta, nadien kwamen er andere bij, waaronder Reclam
2)Faust I werd voor het eerst opgevoerd in Braunschweig in 1829
3)Faust I en II werden voor het eerst gezamenlijk opgevoerd in Weimar in 1876 - de regisseur was Otto Devrient, die middeleeuwse principes gebruikte voor de toneelopstelling : drie verdiepingen
4)sinds 1832 werden een twaalftal poppenspelvarianten opgetekend, waaronder de Ulmer variant de oudste is
Ulmer Puppentheater
Aktus II
Pickelhäring Ach ich armer Bärenhäuter, wann es mir nicht wehe täte, ich gäb’ mir selbsten ein paar Dutzend Ohrfeigen. Ich wär’ wert, dass man mich einsperren tät’ und gäb’ mir nichts zu fressen, als lauter gebratene Hühner und Grammetsvögel, und nichts zu saufen als lauter spanischen Wein und Malvasier. Wann ich daran gedenke an die guten Sachen, wo ich bei meinem Vater, dem alten Eselskopf, gehabt, so möcht’ ich all mein Sach’ hinschmeissen. Es möcht’ mich aber einer fragen : warum bist du nicht bei deinem Vater geblieben, so gib ich zur Antwort : die Fasttäg’ haben mich vertrieben.
5)in 1843 publiceerde Gustav Schwab in ‘Deutsche Volksbücher’ de geschiedenis van Faust en het duivelspact
6)er verschenen nieuwe uitgaven van de tekst uit 1587
7)tijdens de oorlog van 1870/71 raakte het woord ‘faustisch’ in- geburgerd, wat al snel ‘teutoonse lusten, vermengd met een agressief zelfbewustzijn’ betekende
8)vooral in de eerste, en minder in de tweede wereldoorlog behoorde Faust tot de standaarduitrusting van de ransel van Duitse soldaten (een tweede bijbel, een bron van praktische levenshulp en van nationaal bewustzijn)
9)Faust in de muziek : Franz Schubert, Robert Schumann, Ludwig van Beethoven, Franz Liszt, Hector Berlioz (‘La Damnation de Faust’), Louis Spohr, Charles Gounod (‘Faust’), Richard Wagner, ...
Act 1
Faust Rien ! En vain j’interroge,
et mon ardente veille
La nature et le Créateur
Pas une voix ne glisse à mon oreille
Un mot consolateur !
J’ai langui, triste et solitaire
Sans pouvoir briser le lien
Qui m’attache encore à la terre !
Je ne vois rien ! Je ne sais rien ! rien !
..
Le ciel pâlit ; devant l’aube nouvelle
La sombre nuit s’évanouit ! …
encore un jour, encore un jour qui luit !
Ô mort ! quand viendras-tu
m’abriter sous ton aile ?
Eh, bien ! puisque la mort me fuit,
Pourquoi n’irais-je pas vers elle ?
Salut ! Ô mon dernier matin !
J’arrive sans terreur
au terme du voyage ;
Et je suis, avec ce breuvage
Le seul maître de mon destin !
(Gounod Charles, Faust, libretto)
10)Faust in de schilderkunst : Eugène Delacroix, Wilhelm von Kaulbach, Salvador Dali
11)Faust in de reclame en in de schlagermuziek, Faust als naam van een supertanker, een roos en een parfum (dit alles kan teruggevonden worden in het in 1980 in Knittlingen geopende museum)
5.Faust in de film.
Van zodra het nieuwe medium zijn intrede had gedaan, werd Faust een van de thema’s. De bekendste verfilming dateert van 1926, van de hand van Wilhelm Murnau. Op enkele schriftelijke aanwijzingen na speelde de tekst van Goethe in deze stomme film geen enkele rol. Toch herkenden de lezers van het boek alle details.
In 1960 verfilmde Gustav Gründgens op zijn beurt het drama. Deze
verfilming was gebaseerd op zijn eerdere enscènering in Hamburg. Hij gebruikte het ‘Vorspiel auf dem Theater’ als regie-aanduiding, wat betekende dat de hemel de hemel, of Griekenland Griekenland niet was. Om het met de woorden van de directeur te zeggen ‘So schreitet in dem engen Bretterhaus den ganzen Kreis der Schöpfung aus’ (vers 239-240) (‘Aldus beweegt zich in het planken huis (het theater dus) de hele schepping.’).
En in 1988 was Dieter Dorn aan de beurt. Hij probeerde Faust van alle mythen te bevrijden.
6.Thomas Mann, ‘Doktor Faustus. Das Leben des deutschen Tonsetzers
Adrian Leverkühn erzählt von einem Freunde’
Mann beschreef in deze roman het leven van een man, gekarakteriseerd door kilte, afstandelijkheid en geslotenheid. Bovendien kon hij, ten gevolge van zijn schuwheid, geen vaste relatie aangaan. Eigenlijk was dit een anti-Faust, die niet meer de show stal, noch in het middelpunt van de belangstelling stond. Het was eerder iemand, die zich hermetisch afsloot en elk gezelschap meed.
Bij dit boek hoorde een tweede boek, namelijk ‘Roman eines Romans. Die Entstehung des Doktor Faustus’. Hierin vertelde Mann niet alleen over het ontstaan van dit volumineuze verhaal, maar verwees hij ook naar de psychografie (psychologische persoons- en levensbeschrijving) van zijn situatie als schrijver in ballingschap (‘Exil’).
Am 25. August 1940 traf mich hier in Freising die Nachricht von dem Erlöschen der Reste eines Lebens, das meinem eigenen Leben, in Liebe, Spannung, Schrecken und Stolz, seinen wesentlichten Inhalt gegeben hat. Am offenen Grabe auf dem kleinen Friedhof von Oberweiler standen mit mir, ausser den Angehörigen, Jeanette Scheurl, Rüdiger Schildknapp, Kunigunde Rosenstiel und Meta Nackedey, dazu eine unkenntlich verschleierte Fremde, die, während die Erdschollen auf den eingebetteten Sarg vielen, wieder verschwunden war. (Thomas Mann, Doktor Faustus)
7.Paul Valéry, ‘Mon Faust’
In het voorwoord bij dit in 1941 verschenen werk, gericht ‘An den Leser guten Glaubens und bösen Willens’, stelde de auteur dat Faust en zijn griezelige kompanen recht op nieuwe personificaties, nieuwe belichamingen hadden. Voor Valéry waren Faust en Mephistopheles werktuigen van de wereldgeest geworden, en tot zekere prototypes van het menselijke en het onmenselijke.
Wat is nu bij Valéry van Goethe’s titelheld geworden ?
1)een late nakomeling van Goethe’s afstammelingen, een onderzoeker, een intellektueel, een agressief ik-figuur, die meer nog dan Adrian Leverkühn zich van de wereld buiten zichzelf niets aan trekt
2)hij meet zich zelfs de hoogmoed van een monnik aan, door de lichamelijke liefde volledig af te wijzen
3)zijn levensdoel is tegelijkertijd een autobiografie en een encyclopedie van alles wat er te weten is, zelfs het meest geheime, te schrijven - hiervoor wil Valéry’s Faust Mephistopheles gebruiken - Valéry’s duivel is hier beperkt tot een archief in de superlatief van alle wereld- en mensenkennis
4)Mephistopheles treedt op in een lang monnikskleed en met bokkenpoten - hij wekt alleen nog lachen en medelijden op - de duivel als duivel heeft afgedaan, alleen de omhulling blijft
5)en zo komt het tot de omkering van het klassieke thema : niet Mephistopheles biedt Faust een pact aan, neen, hier biedt Faust Mephistopheles een pact aan - de duivel wil het zelfs met zijn bloed tekenen, wat door Faust als lang voorbijgestreefde domheid wordt afgewezen
Eigenlijk kon in de gelaïciseerde 20e eeuw de duivel alleen nog door de mens een zinvolle opgave krijgen. De duivel als duivel is dood. Indien hij nog geëngageerd wordt, dan alleen nog als materiaalleverancier. Vrees voor de hel is er niet meer, de duivel wordt door de a-religieuze mens als huisgeest uitgenodigd, en als bruikbare robot versleten.
Besluit
Er is steeds een verschil gebleven tussen de historische en de literaire Faust. Historisch is het een te verafschuwen figuur, literair is het een tragische, voorbeeldige, meelijwekkende held.
Bronnen :
Günther Mahal, Faust, Untersuchungen zu einem zeitlosen Thema
- Erzzauberer, Pactierer, Höllenbraten, ein vorläufiger Überblick
- Faust in Kreuznach ?
Reclam, Historia von D. Johann Fausten, kritische Ausgabe (Reclam 1516)
Guthke, Karl S., Nachwort zu Lessings ‘D. Faust’
Scheltema, C.S. Adama van, Aantekeningen bij de vertaling van
Faust I
Lessing, D. Faust
Marlowe, Christopher, Tragicall History of the Life and Death of
Doctor Faustus
Heine, Heinrich, Der Doktor Faust, ein Tanzpoem (tekst + commentaar)
Gounod, Charles, Faust
Klinger, F.M., Fausts Leben, Taten und Höllenfahrt
Lenau, Nikolaus, Faust
Berlioz, Hector, La Damnation de Faust
Mann, Thomas, Dr. Faustus
Hermes, Eberhard, Lektürehilfen zu Johann Wolfgang von Goethe
Reclam, Doktor Johannes Faust, Puppenspiel (Reclam 6378)
Goethe, Faust I, Meulenhoff Educatief, Einleitung
Anmerkungen zu den Faust-Bearbeitungen, Hamburger Ausgabe, Band III
Nicolai, Heinz, Zeittafel
Hamm, Heinz, Goethes ‘Faust’. Werkgeschichte und Textanalyse.
Goethe, Faust I, Hamburger Ausgabe
Watt, Ian, Myths of modern individualism
Butler, Elizabeth M., The fortunes of Faust