3.Christopher Marlowe
‘
Tragicall History of the Life and Death of Doctor Faustus’ van Marlowe was de echte aanloop tot de verdere mythologisering. Vermoedelijk werd het rond 1592-93 geschreven, alhoewel ook wel eens gesteld wordt, dat het reeds in 1587 het licht zag.
Er zijn ons twee versies bekend, een uit 1604 (handschrift A) en een uit 1616 (handschrift

. Welke van beiden echt de oudste is, valt moeilijk uit te maken. Toen was een toneelstuk geen eigendom van een auteur, maar van de groep die het stuk opvoerde. Zij kon naar believen fragmenten wijzigen, weglaten of toevoegen, al naar gelang de situatie. Een toneelstuk schrijven was toen groepswerk.
Hanschrift B bevat een aantal komische scènes, die niet terug te vinden zijn in handschrift A. Ook bevat handschrift B een veel uitvoerigere omschrijving van hel en duivels, wat zou kunnen wijzen op een podium met ruimere technische mogelijkheden.
Handschrift B verwijst tevens meer naar een moraliteitsspel, terwijl handschrift A meer aanleunt bij onze opvatting van het drama, doordat deze meer aandacht schenkt aan de uiting van de individuele wil. Hierbij rijst onmiddellijk de vraag in hoeverre Faust meester is over zijn eigen daden. Is zijn lot onafwendbaar (Calvijnse opvatting), of is hier sprake van een fataal misbruik van de vrije wil ? Deze vraag stelt zich zowel de beide varianten, als in de verbinding tussen beiden.
De directe bronnen voor Marlowe waren ‘The English Faust Book’ uit 1592, een vertaling uit het Duits door P.F. Gent[leman] (een erg vrije bewerking van het Duitse voorbeeld uit 1587), en het mysteriespel van de troubadour Ruteboeuf (die zich baseerde op een oude angelsaksische tekst – die tevens de bron van het verhaal van Theophilus zou geweest zijn).
The English Faust Book.
How Doctor Faustus began to practise in his diuelish Arte, and how he coniured the Diuel, making him to appeare and meet him on the morrow at his owne house. Chap. 2.
...
Wel, let vs come againe to his coniuration where we left him at his fiery Globe : Faustus vexes at the Spirits so long tarying, vsed his Charmes with full purpose not to depart before he had his intent, and crying on Mephistophiles the Spirit ; sodainly the Globe opened and sprang vp in heigh of a man : so burning a time, in the end it conuerted to the shape of a fiery man.
Tragicall History of the Life and Death of Doctor Faustus,
scene 5, 436-460
Enter Faustus in his Study
Faustus Now, Faustus, must thou needs be damned,
And canst thou not be saved ?
What boots it then to think of God or heaven ?
Away with such vain fancies and despair :
Despair in God, and trust in Beelzebub.
Now go not backward : no, Faustus, be resolute.
Why waverest thou ? O, something soundeth in mine ears :
Abjure this magic, turn to God again.
To God ? He loves thee not.
The God thou serv’st is thine own appetite,
Wherein is fixed the love of Beelzebub ;
To him I’ll build an altar and a church,
And offer luke ware blood of new borne babes.
Enter Good Angel and Evil Angel
Good Angel Sweet Faustus, leave that execrable art.
Faustus Contrition, prayer, repentance : what of them ?
Good Angel O they are means to bring thee unto heaven.
Evil Angel Rather illusions, fruits of lunacy
That makes men foolish that do trust them most.
Good Angel Sweet Faustus, think of heaven, and heavenly things.
Evil Angel No Faustus, think of honour and wealth.
De titel, die Marlowe aan zijn werk meegaf (The Tragicall ...) duidt op een wending in de beoordeling van de held. Waar de Historia uit 1587 nog stelde ‘Recht geschieht’s ihm’, de verdoemde zondaar en duivelsmaat, gaf Marlowe zijn held de waardigheid van de mens, die medelijden verdiende, terug. Een groot deel van de potsenmakerij bleef wel in de tekst aanwezig, maar het echt komische verdween, benevens een aantal meer vernederende scènes. Bovendien was er natuurlijk Marlowe’s poëtische grootheid. Het is de eerste figuur met een innerlijke complexiteit op een Renaissance-podium.
Deze Faust (de eerste op de planken) werd uit de Renaissance geboren, uit een naar autonomie strevend Titanendom. Ook in tegenstelling tot de oudere volksboeken (een te benijden, maar ook een te veroordelen Faust) riep deze Faust op tot het in vraag stellen en het kritisch bestuderen van het bestaande levensmodel.
Voor het eerst (en dit voor lange tijd) was Faust niet alleen een geleerde (die in een inleidende monoloog zijn beklag over het nutteloze van de wetenschap deed), en ook niet alleen iemand die in zijn mateloosheid aan een duivelspact ten onder ging, maar vooral iemand die als een extreme, doch legitieme poging tot zelfver- werkelijking erkend werd.
Waar Marlowe Faust echter nog ten onder liet ondergaan, daar zou Goethe de redding van Faust brengen.
Handschrift A
De proloog stelt dat het alleen (only) gaat over Faustus, en niet over oorlog, liefde of dappere daden (not war, not love, not audacious deeds). Het gaat over de jeugdjaren, rijpere jaren en tragische jaren (infancy, riper years, till swoln with .....
self-conceit). Het einde van de proloog kondigt de eerste scène van het eerste bedrijf aan. Dit eerste bedrijf begint met een monoloog van Faustus.[/i]