Het forum is gemigreerd

Let op: in juni 2026 hebben wij het forum gemigreerd naar nieuwe software.
Heeft u al een account? Klik dan eerst op "Wachtwoord vergeten" om een nieuw wachtwoord aan te vragen. Daarna kunt u weer inloggen.

Faust in de literatuur

  • Onderwerp Auteur
19 jaren 1 maand geleden - 19 jaren 1 maand geleden #16172 door
Beantwoord door in topic Re: bericht
5.Gotthold Ephraim Lessing.

Literatuur was Lessings enige interesse. Hij werd hierbij vooral geboeid door de uitdaging, bestaande thema’s om te vormen, of nieuw te vormen. Waarom deze epigonale manier van werken ? Hij waardeerde de oudere thema’s omwille van hun algemeen menselijk karakter.

In zijn zeventiende ‘Literaturbrief’ (16/2/1759) kon men lezen, dat hij, in tegenstelling tot zovele anderen, het niet hoog op had met Gottsched (ook al was deze de eerste geweest, die geprobeerd had, iets aan het zieltogende Duitse drama te verhelpen). Hij vond, dat Gottsched de verkeerde weg opging, door een vernieuwing op Franse leest te schoeien (hij vertaalde uit het Frans, en zette anderen er toe aan, hetzelfde te doen). Lessing vond, dat Gottsched beter de oudere Duitse stukken had bestudeerd, om vast te kunnen stellen, dat niet zozeer het Franse, als wel het Engelse drama (o.a. Shakespeare) kon bijdragen aan het herstel van het Duitse : ‘ein Genie kann nur von einem Genie entzündet werden’ (en nog het gemakkelijkst, door iemand die het a.h.w. van de natuur heeft, en die zich toch niet door de volkomenheden van de kunst laat afschrikken). Het bekendste bewijs, dat Duitse drama’s meer van het Engels dan van het Frans hebben, is Faust, die alleen door een Shakespeareaans genie kon gecreëerd worden.

In deze brief kon men de derde scène uit het tweede bedrijf lezen : Faust en zeven geesten, op zoek naar de snelste geest.

Op het einde van de brief vroeg hij of we niet allemaal zulke stukken wensten ? Hij in ieder geval.

Lessing, wiens interesse voor het Faust-thema terugging tot zijn studententijd in Leipzig (1748) (reeds in zijn komedie ‘Junge Gelehrte’ werd er drie maal naar verwezen), begon rond 1750 aan zijn burgerlijke versie van het drama (D. Faust). Opmerkingen van zijn vrienden legde hij naast zich neer.

Zo stelde onder andere Mendelssohn in twee brieven aan de auteur (19/11/1755 en 26/12/1755), dat hij het stuk belachelijk vond (waarbij hij naar een ander werk van Lessing verwees : Lachen und Weinen).

Uiteindelijk zou hij aan zijn Faust ongeveer twintig jaar werken. Een van zijn mogelijke bronnen was ‘Luzifer’ van de Jezuïet Franz Noel.

Wat hij uiteindelijk neerschreef, waren enkel fragmenten, zonder dwingende logica. Sommigen beweerden, dat het afgewerkt drama samen met een transportkoffer verloren ging (dit werd o.a. door Hauptmann von Blankenberg bericht - tegelijkertijd geeft hij een gedetailleerde samenvatting van de hem bekende tekst - benevens een uitdrukking van spijt over het verloren gaan). Het lijkt echter aannemelijker, dat Lessing deze versie verzonnen heeft, omdat hij zijn falen niet wou toegeven. Dat Lessing problemen had met de uitwerking van het thema moge blijken uit een aantal brieven, waarin naar de tekst gevraagd werd :

1)uit een brief van Lessing aan Gleim (8/7/1758) : D. Faust zal in

Berlijn opgevoerd worden (ondertussen wil ik meer schrijven dan

Lope de Vega)

2)uit een brief aan zijn broer Karl (21/9/1767) : ik wil het stuk

nog deze winter laten opvoeren, heb echter daarvoor nog de

Clavicula Salomonis (oud toverboek van de hand van Salomon) nodig

3)uit een brief van Johann Arnold Ebert aan Lessing (4/10/1768) :

de drager dezes zal naar de door U beloofde drama’s (waaronder

Faust) vragen

4)uit het antwoord op voorgaande brief : ‘Zum Henker mit alle dem

Bettel’ (18/10/1768)

5)uit het antwoord op voorgaande brief (26/1/1769) :

waar blijven de beloofde drama’s ?

6)uit de brief van Johann Arnold Ebert aan Lessing (7/1/1770) : waar

blijven de beloofde drama’s ?

7)uit brieven van Christian Friedrich Voss (15/12/1770) en Samuel

Benjamin Klose (18/4/1774) : hoe zit het met het Faust-drama ?

8)uit een oproep in de ‘Deutsche Chronik’ (15/5/1775) waarin

verwezen werd naar een overeenkomst met een Weens gezelschap, en

waarin de hoop werd uitgedrukt, toch eens het hele stuk te kunnen

lezen (verwijzing naar de ‘Literaturbriefe’)

Er is ook sprake van twee versies : een zonder duivels, en een met duivels. Wij verwijzen hiervoor naar :

1)een brief van Philipp Freiherr von Gebler aan Nicolai (9/12/1775)

: er zijn twee versies, aan beiden wordt de laatste hand gelegd

2)Friedrich (Maler) Müller vertelde over twee versies in zijn

beschrijving van zijn ontmoeting met Lessing in Mannheim (1777)

3)Karl Gotthelf Lessing bevestigde in zijn voorwoord bij de

literaire nalatenschap van zijn broer het bestaan van twee versies

Uit de bewaard gebleven herinneringen van anderen kunnen we concluderen dat hij opnieuw het tragische element van Marlowe’s verhaal ontdekte.

In de jaren die Lessing aan zijn Faust-versie worstelde, waren ook de jonge Goethe (zie II, III) en Maler Müller (zie I, 7.) met deze thematiek bezig. Alle drie hadden ze hetzelfde doel voor ogen : de door de volksspelen en poppenspelen verwaterde thematiek weer tot kunst verheffen.

Goethe werd door hem helemaal niet geapprecieerd (wat wij kunnen

vernemen uit brieven van Christian Felix Weisse aan Johann Peter Uz (20/5/1775 en 7/10/1775)).

Het was in zijn ogen onbegrijpelijk, dat de drang naar meer inzicht zonde was, die door de komst van de duivel bestraft werd (zoals tot dan toe de geschiedenis van Faust de ronde deed). De gestrafte wetensdrang botste met zijn godsdienstig-filosofische opvattingen.

De tweede versie van het drama, waarvan hierboven sprake, botste dan weer minder met zijn filosofie, aangezien hier de mens niet meer door de duivel, maar door de medemensen werd ten val gebracht. Uiteindelijk bevredigde hem ook deze oplossing niet, en keerde hij terug naar de duivel, maar tevens naar de redding van Faust (het was alleen maar een waarschuwende droom geweest - een engel liet hem in-

slapen nadat hij de duivelse plannen overhoord had).

Iets wat bij Goethe zou terugkomen, was de ‘Juristerei’, de ‘Medizin’ en de ‘Theologie’, en het vele weten (zo zei Faust tot zijn bediende : ‘Kijk, ik ben nog naar twintig jaar, en ik spreek al zes talen’.

Graag Inloggen of een account aanmaken deelnemen aan het gesprek.

  • Onderwerp Auteur
19 jaren 1 maand geleden - 19 jaren 1 maand geleden #16173 door
Beantwoord door in topic Re: bericht
6.Een korte samenvatting tot hiertoe.

De historische Faust leefde einde 15e - begin 16e eeuw. Het was een charlatan, een spotter met de kerk. Hieruit ontstond de legendarische Faust. Voeg daaraan nog het duivelspact toe, en Faust kon zijn literaire leven beginnen.

De eerste teksten vormden een waarschuwing tegen overmoed.

Christopher Marlowe ontwikkelde Faust dan tot een tragische figuur.

Slechts op het eerste gezicht is er een motief, waarbij het centrale thema de titelheld is. Reeds vóór Goethe bevatten de verschillende bewerkingen theologische en wereldbeschouwelijke elementen : de geschiedenis van het weten, de geschiedenis van het willen en mogen weten. Aan het willen weten is geen periode gebonden, maar aan het mogen weten zijn lang kerkelijke en wereldlijke grenzen getrokken. Immers, weten betekent macht.

Waar in de 17e eeuw het thema LIJDEN, OORLOG en VERWOESTING was, verdwenen deze in de 18e eeuw naar de achtergrond. Het was de eeuw van ENLIGHTENMENT, de SIECLE DE LUMIERE. De voordien verboden individuele grensoverschrijding kreeg nu de waardigheid van humane zelfverwezenlijking, werd een na te streven doel (Faust, de te vroeg gekomen ‘willen weten’, kreeg een nieuwe symboolfunctie.

Maar de schaduw van de traditie bleef hangen. Was er nog wel een Faust, indien men de hellevaart liet vallen ? Niet alleen Lessing, ook Goethe heeft met deze vraag geworsteld.

Graag Inloggen of een account aanmaken deelnemen aan het gesprek.

  • Onderwerp Auteur
19 jaren 1 maand geleden - 19 jaren 1 maand geleden #16174 door
Beantwoord door in topic Re: bericht
7.Friedrich Maler Müller

Müllers eerste Faust-fragment verscheen in 1776 : ‘Situation aus Fausts Leben’. Het thema hing al langer in de lucht. Andere Sturm und Drang dichters, zoals Jakob Michael Reinhold Lenz, Friedrich Maximilian Klinger en de jonge Goethe hielden zich ook met het thema bezig. Faust was immers een geestesgenoot, een genie, een uitzonderingsfiguur, iemand die zich van burgerlijkheid niet veel aantrok.

Een tweede fragment van Müller verscheen in 1776. Het was aan

‘Shakespeares Geist’ gewijd. Voor de Sturm und Drang was Shakespeare het symbool van het individuele uitbreken uit de vormgevondenheid en uit de taalnormen.

Beide fragmenten bevatten typische zegswijzen, pathetische uitroepen en dialektfragmenten.

Faust raakte in handen van de duivel door hem te helpen aan de politie te ontsnappen.

Vijftig jaar later was het drama voltooid (in verzen). Müller was ondertussen naar het katholicisme overgestapt.

Het stuk werd nooit volledig uitgegeven. De Reclam uitgave bevat alleen de twee fragmenten en enkele proevertjes uit het drama in versvorm.

Graag Inloggen of een account aanmaken deelnemen aan het gesprek.

  • Onderwerp Auteur
19 jaren 1 maand geleden - 19 jaren 1 maand geleden #16175 door
Beantwoord door in topic Re: bericht
8.Friedrich Maximilian Klinger, Fausts Leben, Taten und Höllenfahrt.

Klinger werd vooral bekend door zijn toneelstuk ‘Sturm und Drang’, dat zijn naam aan de gelijknamige stroming in de literatuur zou geven.

De Faust-roman verscheen in 1791, anoniem. Alhoewel de Sturm und Drang reeds voorbij was, zijn er toch nog aanwijzingen in deze richting. Ook wijzen enkele dingen erop, dat het oorspronkelijk als drama bedoeld was. Zo vallen bijvoorbeeld de dialogen buiten de doorlopende tekst.

Faust was in deze roman boekdrukker, en de duivel heette Leviathan. De basis van deze beroepsverwisseling ligt in het feit dat Johann Fust een van de eerste drukkers was.

Faust kreeg geen erkenning door als eerste de bijbel te drukken, en werd een verbitterd man. Hij sloot dan maar een pact met de duivel.

In tegenstelling tot de dan toe heersende traditie, wilde deze Faust zichzelf en de duivel bewijzen, dat er, ondanks zijn eigen slechte ervaringen, voor de mens desondanks nog een ‘morele waarde’ bestond.

Met de macht des duivels uitgerust, probeerde hij de goede God te spelen, maar dit keerde zich tegen hem, en hij speelde in de kaarten van de duivel. Vooraleer naar de hel gesleurd te worden, kreeg hij van de duivel nog het recept van het echte leven voorgehouden : Rousseau’s leer van de bescheidenheid en het geluk, dat in een klein hoekje zit.

Klinger’s Faust werd bepaald door de filosofische uiteenzetting tussen Voltaire en Rousseau, en was, daaruit voortvloeiende zeer pessimistisch. Faust was niet meer de spring-in-’t-veld uit de volksboeken, maar eerder een alleskunner, die struikelde over zijn pogingen, de ‘morele waarde’ van de mens te bewijzen.

Fünftes Buch, Fausts Höllenfahrt.

An deiner Seele sollen ewig die Zweifel nagen, die dich in deinem Leben gequält haben, und nie soll sich dir eins der Rätsel enthüllen, um deren Auflösung du hier bist. Dies ist die peinlichste Strafe für einen Philosophen deiner Art, und ich habe sie vorzüglich meinen Schülern vorbehalten. Die Hölle ist voll von ihnen, und du hast den Samen zu grössrer Bevölkerung meines Reichs ausgestreut. Reisst ihn weg, martert ihn ! Fasst diesen Papst, und werft ihn in einen andern Winkel, in der Hölle ist ihresgleichen nicht. Nach den Worten Satans ward Fausts Gestalt immer schwärzer und

schwärzer. Die Züge der Menschheit verloschen. Ein düstres, gestaltloses, scheussliches, schwimmendes Gewebe umschlung seine (Fausts) Seele. Noch wütete er ; die Wut schoss glühende Funken aus dem gestaltlosen Gewebe, und erleuchtete es. Zum letztenmal wütete er. Leviathan brüllte : ‘Ich will ihn ergreifen, und mich nochmal an dem rächen, der mir gezwungen hat, die mir verhasste Erde, das mir noch verhasstere Teutschland zu betreten.’ Und er ergriff mit eiserner Faust das düstre verzerrte Gewebe, samt der Seele Fausts. Da goss sich die gedrohte Qual über ihn aus, und ein Stöhnen erscholl aus dem Gewebe, dass, hätte es Menschen mit Ohren, aus Fleische gebildet, ihr Herz wäre bei dem Stöhnen erstarrt, und die Quelle ihres Lebens versunken. Noch stöhnte Faust aus dem düstren Gewebe unter Leviathans eiserner Faust. Als er mit ihm bei den heulenden Verdammten vorüberfuhr, fühlten sie bei dem schrecklichen Stöhnen zum erstenmal Mitleid mit einem ihresgleichen, und vergassen das Geheul über ihren eignen Jammer.

Graag Inloggen of een account aanmaken deelnemen aan het gesprek.

  • Onderwerp Auteur
19 jaren 1 maand geleden #16393 door
Beantwoord door in topic Re: bericht
9.Jacob Michael Reinhold Lenz, ook wel Goethe’s schaduw genoemd.

Het zeer summiere fragment, dat Lenz ons naliet, laat ons niet toe, uit te maken, in welke richting hij Faust eigenlijk wilde ontwikkelen.

Graag Inloggen of een account aanmaken deelnemen aan het gesprek.

  • Onderwerp Auteur
19 jaren 1 maand geleden #16394 door
Beantwoord door in topic Re: bericht
II.Faust na Goethe



1.Gérard de Nerval. Vertaling van het eerste deel van de Faust van Goethe.




In tegenstelling tot Goethe’s drama was deze vertaling in proza !

La nuit

Dans une chambre à voûte élévée, étroite, gothique.

Faust, inquiet, est assis devant son pupitre.

Faust Philosophie, hélas ! jurisprudence, médicine, et toi aussi, triste théologie ! ... je vous ai donc étudiées à fond avec ardeur et patience : et maintenant me voici là, pauvre fou, tout aussi sage que devant. Je m’intitule, il est vrai, Maître, Docteur, et depuis dix ans, je promène ça et là mes élèves par le nez. - Et je vois bien que nous ne pouvons rien connaître ! ... Voilà ce qui me brûle le sang !



2.Christian Dietrich Grabbe, Nikolaus Lenau en Heinrich Heine.



Was, zoals sommigen beweerden, na Goethe geen Faust-verhaal meer mogelijk ? Of, was het niet minder dan heiligschennis, zoals anderen stelden ? Zulke overwegingen speelden inderdaad een rol bij deze drie auteurs, die zich in de eerste helft van de negentiende eeuw aan een nieuwe Faust-tekst waagden. Alle drie hebben ze er in hun dagboeknotities uitvoerig over uitgeweid. Alle drie hebben ze Goethe’s versie als een blok aan hun been ervaren. En alle drie hebben ze uiteindelijk naar de traditie van het hellevuur teruggegrepen.



Na de klassieke periode (Weimarer Klassik) volgde een pragmatische, materialistische, realistische periode, waarin symboliek en allegorie niet meer gewenst waren. Het blijft een discussiepunt, of Grabbe, Lenau en Heine nu als een exponent van deze nieuwe tijd moeten beschouwd worden, of dat het toenemend scepticisme tegenover Goethe’s Faust door hun werken ontstaan, of toch minstens versterkt is.



In ieder geval verdween al vlug de opvatting, dat een Faust na Goethe onmogelijk was. Het nieuwe dogma luidde al snel een Faust tegen Goethe te schrijven (waarbij men zich vooral afzette tegen Goethe’s paradoxale breuk met de traditie).



In 1829 reeds schreef Grabbe een anonieme zelfrecensie bij zijn zopas beëindigde drama ‘Don Juan und Faust’. Hierin heette het :

1)Mozarts Don Juan und Goethes Faust - welche Kunstwerke ! Und wie kühn, nach diesen Meistern in beiden Stoffen wieder auf zutreten.

2)die Verschmelzung beider Sagen ist höchst genial ...



Zowel Don Juan als Faust vallen in dit drama een ridder-duivel ten offer. Ondanks hun onderscheiden herkomst (erotisch, intellektueel-wetenschappelijk) hebben ze een doel, waarbij ze elkaar beconcurreren : Donna Anna, de mooie en deugdzame dochter van de gouverneur.



Faust laat zich door de hem tegen zijn zin dienende duivel bijna tot een dierlijke sexualiteit reduceren, tot iemand die in zijn wellust over lijken gaat, en als dusdanig elk medelijden verliest.

Deze Faust is niet meer geïnteresseerd in het binnendringen in geheimen, noch in het beheersen van de zeldzaamste kunsten. Deze Faust wil, ten gevolge van buitensporige zelfverheerlijking en eigenliefde ‘alleen’ nog de liefde van een vrouw.



Het stuk kende geen succes.

Don Juan und Faust

Erster Akt, Szene 1

Der Gouverneur Genug, wer Ruhm und König liebt, kann ihnen

Nicht untreu werden, denn nichts Höheres

Gibts in der Welt. -

Und nun, sag an, wer war

Der Frevler, welcher hier den Lärm erhob,

Und, irr ich nicht, nach meiner Tochter schrie ?

Don Juan Wisst Ihr denn nicht, dass jetzt ein grosser Magus,

Gekommen aus Norddeutschlands Eiseswüsten,

In Roma hauset und die Luft verpestet ?

Im schwarzen Mantel, weissen Antlitzes,

Als hätte nie die Sonne es gerötet,

Schleicht er am Aventin, - vergebens mühn

Die Häscher sich, ihn zu ergreifen - Er

Entwische mit Geisterhülfe immerdar !

Der Gouverneur Ihr meint den Doktor Faust ?

Don Juan Dem Habicht ähnlich

Zieht er um Eure Tochter Zauberkreise, -

Er wars, der heute mit Beschwörungen

Sie locken wollte dort auf den Balkon, -

Doch Stahl und Männermut sind kräftger als

Magie. Mein Schwert wies ihm den Weg !

...

Erster Akt, Szene 2

Faust (sich erhebend vom Schreibtisch)

Unselge Nacht, willst du denn nimmer enden ? -

Weh mir, sie hat erst eben angefangen -

Noch schlugs kaum elf. Zurück zur Arbeit also. -

Zur Arbeit ! Zum Studieren ! Schmach und Jammer !

Tödlicher Durst, und nie gestillt ! Sandkorn

Zum Sandkorn sammeln, grenzenlose

Und immer grenslosre Wüsten um

Sich her zu bauen, und sodann darin

Sich lagern, schmachtend und verzweifelnd - Ha,

Ein Raubtier wird man, bloss um sich zu nähren !



In 1835 stelde Lenau in een brief, dat Faust gemeengoed was, en geen eigendom van Goethe. Niet lang daarna verscheen ‘Faust. Ein Gedicht’. De titel was wel een beetje misleidend. Eerder zou men het werk een versepos kunnen noemen (24 episoden, vijfvoetige jamben). Deze Faust was een exponent van de toenmalige ‘Weltschmerz’.



Vierentwintig etappes doorliep deze eenzame, deze twijfelaar, deze vaak teleurgestelde piekeraar. Een die toch Gods (die verborgen God, deus absconditus, de in zich gesloten God) gelijke wou zijn. Mephistopheles plan bestond erin, Faust zowel van zijn Schepper, als van de natuur (voorgesteld als tweede godheid) te scheiden. Hij stelde dat, om volledig mens te worden, men de moed moest hebben, door misdaad als een tegengod te fungeren (m.a.w. zonder scrupules over leven en dood beslissen). Faust verkocht zijn ziel, en tekende met zijn bloed. Moord en overspel, gekruid met zijn knagende geweten Mephistopheles, dreef hem uiteindelijk tot zelfmoord. Waarop, in navolging van Klinger Faust voorgehouden werd dat alleen deemoed, het tevreden zijn met de kleine dingen des levens, de mens redden kon. Net zoals reeds in het verhaal uit 1587 was dit weer een voorbeeld van hoe het niet moest. De eentonige vertwijfeling van Faust’s leven en dood was echter nieuw.

Faust …

Ich werde rasend, ich verschmachte,

Wenn länger ich das Weib betrachte ;

Und doch versagt mir der Entschluss,

Sie anzugehn mit meinem Gruss.

Mephistopheles Ein wunderlich Geschlecht fürwahr,

Die Brut vom ersten Sünderpaar !

Der mit der Höll’ es hat gewagt,

Vor einem Weiblein jetzt verzagt,

Das viel zwar hat an Leibeszierden,

Doch zehnmal mehr noch an Begierden.

(zu den Spielleuten)

Ihr lieben Leutchen, euer Bogen

Ist viel zu schläfrig noch gezogen !

Nach eurem Walzer mag sich drehen

Die sieche Lust auf lahmen Zehen,

Doch Jugend nicht voll Blut und Brand.

Reicht eine Geige mir zur Hand

‘s wird geben gleich ein andres Klingen,

Und in der Schenk’ ein andres Springen !



In 1847 ontstond in Parijs (in opdracht van het Koninklijk Theater in London) het libretto ‘Der Doktor Faust’ van Heinrich Heine. Het stuk werd niet opgevoerd, deels vanwege het succes van de Zweedse nachtegaal, deels vanwege de tegenwerking van de balletmeester, die het niet hoog ophad met de gevaarlijke nieuwlichterij : het libretto was immers voor het eerst door een dichter geschreven !

‘Armer Faust ! armer Hexenmeister ! so musstest du auf die Ehre verzichten, vor der grossen Victoria von England deine Schwarzkünste zu produzieren ! Wird es dir in deiner Heimat besser gehn ? (Heine, Heinrich, Der Doktor Faust, ein Tanzpoem, Einleitende Bemerkung)



Later is dit wel het uitgangspunt geworden van het ballet ‘Abraxas’ van Werner Egk.



De tekst, die oorspronkelijk in het Frans verscheen, en pas in 1851 in het Duits vertaald werd, droeg als ondertitel ‘Ein Tanzpoem nebst kuriosen Berichten über Teufel, Hexel und Dichtkunst’. De aan te tekst aansluitende verklaringen bieden een summier overzicht van de oudste aust-varianten, benevens wat uitleg over duivelspacten, en een afrekening met Goethe’s Faust.



Goethe, zo stelde Heine, is zonder voldoende motivatie van de traditie, waarbij Faust na een blitzcarrière zwaar ten val komt, afgeweken.



Hijzelf wou een verhaal schrijven, volgens de geest van de sage, en hij wou dat het als een op enkele bladzijden uitgevoerde correctie op Goethe’s ‘mächtige Tragödie’ zou beschouwd worden. Het doel van de tekst was een weergave op het podium zonder een enkel woord, in een grote choreografische configuratie. Wat Heine in zijn libretto schetste, was de oude geschiedenis, de weg op stelten dus, die met een gebroken nek eindigde. Wat hij, de geest van de sage getrouw, op het podium wilde brengen, was de oude geschiedenis in een nieuw kleedje, die echter tegelijkertijd naar de oorsprong van de sage teruggreep, naar de in de tijd van de heksenvervolgingen latente, of manifest aanwezige erotische component.



Wat had de vroege Faust-verhalen volgens hem vooral beïnvloed ? Het vrouwelijke als des duivels, de diep zittende mannelijke irritatie en angst voor het [slechts in de openbaarheid] ‘zwakke geslacht’ (wat pas door de psychoanalyse van de 20e eeuw zou beschreven worden), de ambivalentie tussen fascinatie en schuwheid ten opzichte van de vrouw. Daarom heette de duivel bij hem niet meer Mephistopheles, maar Mephistophela, die als danslerares Faust letterlijk in beweging bracht, om te dansen en te springen. Het ballet, ingedeeld in 5 bedrijven, bereikte zijn erotisch hoogtepunt in het derde bedrijf, waarbij Faust voor de orgiastische obsceniteiten van de heksensabbat vluchtte. Zijn weg eindigde daar, waar Goethe’s Faust eerst actief werd : bij een onbesproken meisje. Mephistophela gunde hem het stille geluk van een huwelijk niet : Faust behoorde tot de hel !!!

Dritter Akt.



Faust und die Herzogin stürzen einander in die Arme und ihre überschwellende Inbrunst offenbart sich in den verzücktesten Tänzen.

Mephistophela hat unterdessen ebenfalls einen erwarteten Gespons gefunden, einen dürren Junker in schwarzer, spanischer Manteltracht

und mit einer blutroten Hahnenfeder auf dem Barett ; doch während

Faust und die Herzogin die ganze Stufenleiter einer wahren Leiden schaft, einer wilden Liebe, durchtanzen, ist der Zweitanz der

Mephistophela und ihres Partners, als Gegensatz, nur der buhlerische

Ausdruck der Galanterie, der zärtlichen Lüge, der sich selbst persi flierenden Lüsternheit. Alle vier ergreifen endlich schwarze Fackeln, bringen in der oben erwähnten Weise dem Bocke ihre Huldigung, und schliessen sich zuletzt der Ronde an, womit die ganze vermischte Gesellschaft den Altar umwirbelt.

Graag Inloggen of een account aanmaken deelnemen aan het gesprek.

Tijd voor maken pagina: 0.417 seconden