Ik heb even gegoogled en dit gevonden.
Het binden van vrouwenvoeten was een wijdverbreide gewoonte in het oude China, die vroeg in de 20e eeuw grotendeels in onbruik is geraakt.
Deze praktijk heeft zich kunnen ontwikkelen omdat bij Chinese mannen (aanvankelijk alleen in hofkringen) een "schoonheidsideaal" had postgevat dat kleine voeten heel "sexy" waren, vooral door de invoed die dat had op de (waggelende) manier van lopen. De praktijk is begonnen tijdens de Tang-dynastie (618- 907 na Chr.). Volgens de overlevering begon het met een beeldschone keizerlijke concubine, die van nature kleine voetjes had. Vele vaders en moeders wilden vervolgens dat hun dochter met dit schoonheidsicon konden wedijveren en begonnen hun dochters als klein meisje de voeten te binden, om ervoor te zorgen dat hun voeten niet "te groot" zouden worden. Wedijver naar steeds kleinere voeten deed vervolgens deze wanpraktijk volkomen uit de hand lopen.
Bij jonge meisjes werden, gewoonlijk vanaf de leeftijd van 6 jaar maar vaak ook al vroeger, de voeten in strakke verbanden gebonden, zodat zij niet verder konden groeien. Doorgaans zouden de botten in de voet breken en volledig vergroeien. Op deze voeten kon de vrouw nauwelijks nog lopen, en deze voeten werden vaak een broeiplaats van allerlei infecties.
Tegen de 12e eeuw, tijdens de Song-dynastie, was de gewoonte wijd verspreid geraakt. Het gold als een teken van welstand, want alleen redelijk welvarende families konden een vrouw onderhouden die geen behoorlijke hoeveelheid werk meer kon verzetten. De voeten van een van jongs af aan ingebonden volwassen vrouw waren vaak niet meer dan 10 cm lang. De praktijk bezorgde de meisjes die eraan werden onderworpen helse pijnen.
De Mantsjoes, die vanaf 1644 China onderwierpen, zouden naar verloop van tijd het grootste deel van de Chinese gewoontes overnemen. Het voetenbinden beschouwden zij evenwel als een barbaarse en smerige praktijk, dus de Mantsjoe-vrouwen bleven hiervoor gespaard. De Mantsjoe-keizers voelden echter geen roeping om deze wanpraktijk bij hun Chinese onderdanen uit te roeien.
De opstandige beweging der Taiping (1852-1865) verbood het voetenbinden resoluut.
Eind 19e eeuw kwam er in China een hervormingsbeweging op, die zich sterk door Europese en Amerikaanse opvattingen liet beïnvloeden. In deze kringen kwam men snel tot de conclusie dat deze Chinese traditie het verdiende om over boord te worden gegooid. Na de omverwerping van het keizerrijk en de uitroeping van de republiek, in 1911, werd de praktijk buiten de wet gesteld. Kennelijk was de Chinese samenleving toen rijp voor deze hervorming, want sindsdien werden nog maar weinig meisjes aan deze foltering onderworpen. Van de vrouwen van wie voor 1911, of enkele jaren later, de voeten werden gebonden, zijn thans er nog maar weinig in leven.