'Heeft yemant lust met bal, of met reket te spelen...?'
Tennis in Nederland 1500-1800
Cees de Bondt
Ingekorte flaptekst:
Lang voordat de Britse majoor Walter Clopton Wingfield op 23 februari 1874 octrooi kreeg voor zijn uitvinding 'A New and Improved Portable Court for Playing the Ancient Game of Tennis', het huidige lawn tennis, werd er al een soort tennis gespeeld, door Wingfield met zekere eerbied 'The ancient game of tennis' genoemd.
Dit oude spel wordt ook nu nog beoefend en wel onder de naam real tennis. De oorsprong ervan ligt in Frankrijk, waar monniken in de twaalfde eeuw ter ontspanning jeu de paume speelden. Via het dak boven de galerijen van de kloosterhof probeerden zij de bal in de openingen van de galerijen te mikken. De tegenpartij moest dit voorkomen door de betreffende opening af te schermen en de aangespeelde bal met vlakke hand terug te slaan. Zelfs bisschoppen speelden een partijtje mee. Eind dertiende eeuw ging men het jeu de paume ook buiten de kloostermuren beoefenen, waarbij enkele elementen werden aangepast aan de nieuwe omgeving. In Engeland werd dit spel tennis genoemd, in de Nederlanden kaatsspel. Het was in die tijd een echte volkssport. Het werd op straat gespeeld, bij voorkeur vlakbij een herberg. Langs het speelterrein was een dakje waarlangs de bal werd aangeslagen. Een gokje op de uitslag hoorde erbij.
Er was echter ook een variant die gespeeld werd op de adellijke kastelen en hoven. Hendrik VIII was een groot liefhebber van het tennis. Al in 1532 lag er bij zijn paleis Hampton Court een tennis court. Ook zijn tijdgenoot, de hertog van Gelre Karel van Egmond, sloeg graag een balletje. Hij deed dit niet, zoals in het begin van de zestiende eeuw nog gebruikelijk was, met zijn blote hand, maar gebruikte een tennisracket. De eerste rackets waren afkomstig uit Nederland en Vlaanderen.
Koningen, hertogen, graven, de prinsen van Oranje, gegoede burgers, studenten, maar ook het gewone volk: iedereen speelde tennis. Bij de handel in tennisballen en rackets en niet te vergeten de weddenschappen die afgesloten werden, ging heel wat geld om. In de loop van de achttiende eeuw nam de belangstelling voor het tennis af.
De Bondt geeft in vlot proza een fascinerend beeld van de ontwikkeling van het tennisspel, de tennis-attributen en de regels, van de spelers, de kaatsbaanhouders, de ballenmakers en de markers en van de plaats van het tennis in literatuur en samenleving. 'Heeft yemant lust met bal, of met reket te spelen...?' bevat bovendien ruim vijftig illustraties. Een prachtig boek voor iedereen die geïnteresseerd is in de zestiende- en zeventiende-eeuwse cultuur.
ISBN 9789065503794 Paperback 179 pagina's | Verloren B.V. | september 2005