Mijn zuster de negerin
Cola Debrot
Een jonge blanke Antilliaan, Frits Ruprecht, ontvlucht somber Europa op zijn weg terug naar een gelukkige jeugd in 'het heldere land'. Weer in zijn geboorteland zoekt hij wat hem in Europa niet gegund was: een zwarte vrouw die tegelijk minnares en zielsverwante, 'zuster' voor hem zal zijn. Hij vindt haar in de onderwijzeres Maria, die haar beroep heeft opgegeven om in het landhuis van de familie Ruprecht als huisbewaarster te gaan werken, wat een keuze voor haar 'zwarte kant' zou kunnen heten. Frits vermoedt dat Maria zijn halfzuster is, en dat maakt hun liefde onmogelijk. De verhouding tussen Frits en Maria is niet eenduidig, zoals het leven niet eenduidig is: er is niet geluk óf ongeluk, hoop óf wanhoop, licht óf donker.
NBD|Biblion recensie
Een dertigjarige man keert na een afwezigheid van veertien jaar terug naar zijn geboorteland, het eiland Curaçao. Hij komt er namelijk om - na de dood van zijn ouders - enkele zaken af te handelen. De invloed die het eiland toch nog op hem uitoefent, is echter te sterk, temeer als blijkt dat de negerin die hij bemint, zijn zuster is. Met deze novelle debuteerde de in 1902 op Curaçao geboren en in 1981 overleden auteur in 1935.
Deze herdruk geeft op suggestieve wijze de indruk, die de hernieuwde kennismaking met het eiland op de hoofdpersoon maakt, weer. Vanwege de geringe omvang en de goede leesbaarheid zal dit boekje ook populair zijn bij middelbare scholieren.
(Biblion recensie, Ans Corts.)
Nicolaas Debrot (1902 – 1981) was een Antilliaans schrijver, dichter, arts, diplomaat, jurist, minister, filosoof en balletcriticus. Hij wordt als de grondlegger van de Antilliaans-Nederlandse literatuur beschouwd. Debrot debuteerde in 1935 met de novelle Mijn zuster de negerin.
Debrot werd geboren te Kralendijk (Bonaire). Hij groeide op in Curaçao en in Caracas. Zijn vader had een plantage op Bonaire, zijn moeder kwam van origine uit Venezuela. Thuis sprak hij Spaans en Papiaments; Nederlands leerde hij op de lagere school.
ISBN 9789023406518 Paperback 64 pagina's | De Bezige Bij | maart 1995