Daar heb ik geen last van gehad, ik ben heel goed in het negeren van boeken die ik nog wil lezen. Eerst zelf lezen, dan pas wat een ander zegt.
Maar die dreiging, nee, ook niet.
"Olga deed boter in een pan en riep over haar schouder:"wil je een of twee eieren?'
'drie', zei David. Hij zat aan tafel op het middageten te wachten.
'Nee, twee is genoeg.'
Ze beet op de nagel van haar pink en ging voor het raam staan. Aan de overkant van het erf brandde nog steeds de lamp boven de schuurdeur. Haar man deed die 's ochtends altijd uit, maar vandaag was hij het vergeten. Ze vroeg zich af waar hij bleef. Muggen en vliegen vlogen tegen de hete lamp, bleven er aan kleven of vielen verschroeid in het schijnsel naar beneden.
Toen ik klein was had ik een broer. Zijn schoenen waren groter dan de mijne. Mijn kleren waren zijn kleren geweest voor ik groot genoeg was om ze te dragen. Hij was mijn grote broer, hij paste op mij, en hij vertelde mij van alles wat niemand anders zei.
'er zijn aardbevingen waar niemand iets van merkt,'zei mijn broer.
Jij bent nog zo klein,'zei hij, 'ik zal op je passen.'
Het verschil tussen deze twee binnenkomers vind ik groot. Het eerste stukje is gewoon, recht toe recht aan. Ik voel daar geen dreiging. Terwijl ik bij het tweede stukje aan voel komen dat er iets gaat gebeuren tussen die broers.