Geheim agent
Giacomo Casanova
In de zomer van 1770 komt Casanova in Rome aan, waar hij zich voorneemt een 'rustig' leven te leiden. Hij is vijfenveertig en beseft dat hij aan zijn toekomst moet denken. Hij beschikt weliswaar nog over enig geld, maar niet over een bron van inkomsten.
Zoals zo vaak komt er niets van zijn voornemens terecht. Hij wordt verliefd op een meisje dat in een streng pensionaat is opgesloten, en verovert haar (en haar twee vriendinnen) met veel moeite om haar vrijwel onmiddellijk te verliezen aan een rivaal. Hij realiseert zich dat hij op zijn retour is: 'Bovendien merkte ik dat het schone geslacht niet meer op het eerste gezicht belang in mij stelde.'
Een financiële meevaller stelt hem in staat nog korte tijd op grote voet te leven en een plezierreisje naar Frascati te maken waar hij onder meer een verhouding heeft met zijn dertienjarige nichtje Guglielmina. Daarna reist hij naar Florence en Bologna, waar hij noodgedwongen de tering naar de nering zet en besluit met schrijven en vertalen in zijn levensonderhoud te voorzien. Tegelijkertijd spant hij zich in om gratie van de Venetiaanse Staatsinquisiteurs te krijgen.
Hij vestigt zich in 1772 in Triëst, om zo dicht mogelijk bij Venetië te zijn, en voert daar enkele opdrachten uit als geheim agent voor de Staatsinquisiteurs. Zijn memoires breken dan af met de intrigerende zin: 'Ik zag haar drie jaar later in Padua terug waar ik haar dochter op veel intiemere wijze zou leren kennen.'
Recensie
Dit 12de deel, het laatste, van de memoires van de libertijnse avonturier (1725-1798) bestrijkt de jaren 1770-1774. Casanova is in Rome, vooral voor zijn plezier, tot in 1771. Hij gaat naar Florence om aan publicaties te werken. Hier komt niets van terecht, en evenmin in Bologna. Hij beleeft nog amoureuze avonturen, maar het gaat allemaal niet meer zo vanzelfsprekend. Hij voelt zich een oude man. Ook is zijn financiële toestand niet rooskleurig. Hij verlangt hevig naar opheffing van zijn ballingschap, om zich in Venetië te vestigen als eerzaam burger.
Via Pesaro en Ancona begeeft hij zich naar Gorizia en Triëst, toen in Oostenrijks gebied, en maakt zich als geheim agent verdienstelijk voor de Venetiaanse regering. Hij mag hopen op amnestie, maar wij maken deze niet meer mee: de memoires breken zomer 1774 abrupt af.
Theo Kars, die met deze vertaling een groots werk heeft verricht, meent, waarschijnlijk terecht, dat de rest verloren is geraakt en schreef een aanvullend boekje over Casanova's verdere leven ('De laatste jaren van Casanova', a.i.'s deze week). Dit laatste deel bevat een personenregister op de hele reeks (40 p.) en een kaartje van 18de-eeuws Europa. Kleine druk.
(Biblion recensie, Dr. M.C.A. van der Heijden.)
ISBN 9789025306106 | Hardcover | 317 pagina's | Singel Uitgeverij | oktober 1998
Vertaald door Theo Kars