Over één nacht ijs
Max Dohle
Sinds de twaalfde eeuw schaatsen Hollanders op ijzers. Als het ijs dik genoeg is trotseren we de kou en schaatst jong en oud op meren, kanalen en kunstijsbanen. Bij deze oer-Hollandse sport ontstond een schaatsjargon, dat Max Dohle beschrijft in Over één nacht ijs. Hij ging op zoek naar de verloren woordenschat van de baaivangers en de klauwers. Dat levert een prachtig historisch beeld op met begrippen als 'streek houden', 'kale vorst', 'wilde tocht', 'zaagschaats', 'pijptocht' en 'nekbreker'.
Met de intrede van het schaatsen op de lange baan ontstond in de vorige eeuw een nieuwe schaatstaal met veel leenwoorden, clichés en neologismen, zoals 'pakkenoorlog', 'rondingboer' en 'biscuitnoren'. Ook dit verrassende vocabulaire is in het boek opgenomen.
Het hoogtepunt van dit schaatsalfabet is het ijslexicon. Eskimo's mogen dan acht soorten sneeuw onderscheiden, Nederlanders kennen wel vijftig begrippen voor ijs en ijskwaliteit, van `bomijs' tot `zwart ijs'.
Over één nacht ijs is een combinatie van een woordenboek, een encyclopedie en een geschiedenisboek vol anekdoten. Het is met verve geschreven door een ware schaatsfanaat en een gepassioneerde taalliefhebber.
De auteur:
Max Dohle is tekstschrijver en redacteur. Hij stelde de succesvolle bundels Op het ijs, Glad en wijd ligt het ijs en De wereld gaat op schaatsen samen.