Beste Marjo en Bernadet, infernauten van het eerste uur,
Mijn uitgave van Kops dateert van 1957.
Deze is bijna zo oud als de Divina Commedia zelf.
In een voetnota betreffende vers 66 van de zesde zang schrijft Kops
dat de Gibelijnen de Witten zijn en de Welfen de Zwarten worden genoemd, etc..
Hopelijk werd dat onderwijl gewijzigd.
Niet ?
Ik herinnnerde mij dat ik 15 jaar geleden bij het lezen van de Divina Commedia bijna luidop heb gevloekt omdat ik er kop noch staart aan kon krijgen.
Ik was pas bekomen van het aanzicht van Cerberos
en hop daar raak je gekneld in een onooglijk nota bene.
Nu pas heb ik ontdekt hoe de vork aan de steel zit, met die partijen en fracties, en ik wilde jullie dezelfde kopbrekens besparen.
Een mens moet zo al genoeg uitkijken waar ie loopt,
oppassen voor de valkuilen op het terrein en in zichzelf
om nog op een verkeerd been gezet te worden door een voetnota.
Sommige van die dingen zijn echte booby-traps.
Kijk toch maar altijd uit, Marjo en Bernadet, als je onderaan de bladzijde even wil uitrusten van Dante's tekst.
Ik heb gemerkt dat Kops soms slordig is
(bijvoorbeeld wat Pluto en Plutus betreft, het is dezelfde godheid : Hades = god van de onderwereld = god van de bodemrijkdommen = god van de rijkdom).
Ciaccus was een notoire Florentijnse gulzigaard en bevindt zich in de hellekring op het verdiep der vraatzuchtigen alleraard. Het toeval wilde echter dat zij naam ook "varken" betekent.
Althans zo denk ik.
Houdt moed, mijn helletrotters!
Altijd paraat,
uw Pocket-vergilius.