Ik heb dit boek onlangs in een zwerfbibliotheek gevonden en ik herinnerde me dat het een samenleesboek is geweest. Van Mysliwski had ik al wat gelezen, dus vol verwachting aan dit boek begonnen. Bij tijd en wijle sleepte het me mee en bij tijd en wijle moest ik hardop lezen om de draad niet kwijt te raken. Het einde was een teleurstelling. Er worden zoveel hints gegeven, dat je verwacht dat de vreemdeling aan wie het hele levensverhaal wordt verteld een schuld komt vereffenen. De oude man zegt dat hij en zijn vrouw uit elkaar zijn gegaan omdat zij kinderen wilde en hij niet. Hij zegt ook dat hij heel veel van kinderen houdt, maar er zelf geen wilde. "Dat weet u", zegt hij tegen de vreemdeling. Je begint meteen iets ergs te vermoeden. Ook zegt hij dat hij nu niet meer hoeft te veinzen. Is die vreemdeling een rechercheur, die hem eindelijk heeft weten te traceren?
Daarbij al die ontmoetingen met mensen die hij al eens ontmoet denkt te hebben. Je weet niet wat je daar van moet denken, maar je verwacht daar op het eind toch iets van te kunnen begrijpen. Losse eindjes helaas. Misschien moet je het boek zo niet lezen, maar meer als een verslag van een mensenleven.
Ik begrijp dat Inge afgehaakt is bij de beschrijving van de film over de hoeden passende man. Hij gaat daar página's over door. Dat doet hij ook op andere momenten over andere onbenulligheden.
Tegelijkertijd blijkt Mysliwski geweldig tussen de regels te kunnen schrijven. Precies wat Willeke zegt: over de oorlog kom je niet veel te weten en het meeste nog door de dingen die niet gezegd zijn.
Mocht Inge hier nog kijken: die graven zijn van de dorpsbewoners, toen in de oorlog het hele dorp uitgemoord werd en alleen onze verteller in de aardappelkelder het heeft overleefd. (Bij nader inzien: wie heeft al die mensen dan begraven? Of liggen ze er niet en heeft onze verteller alleen maar naambordjes geschilderd bij denkbeeldige graven?)
Alles bij elkaar vond ik het boek een hele klus.