Het boek toch uitgelezen.
Lang leve de lange warme avonden.
Het kan aan mij gelegen hebben maar zoals gezegd, ik kwam er bijna niet doorheen.
Het begin vond ik prachtig; die scene van die zwijgende ouders aan de keukentafel na een slechte diagnose, die dan langs elkaar moeten stappen en door een kleine aanraking misschien wel meer zeggen dan ze met woorden gezegd hebben vond ik prachtig.
De melancholieke toon vond ik ook mooi,
Maar daarna raakte ik de draad al snel kwijt, tot, opmerkelijk genoeg, het laatste hoofdstuk.
Een sterkt begin en einde dus wat mij betreft, maar wat er daartussen allemaal gebeurd is?
Ik begreep de link tussen het nu en het verleden niet zo goed,
En ik stoorde me, net als anderen aan het ongelofelijke zelfmedelijden van de hoofdpersoon. Ik zat me af en toe op te eten van ergernis; zijn moeder gaat wellicht wel dood en hij zwelgt in zijn eigen leed. Toen in het laatste hoofdstuk hij het ook nog eens in zijn hoofd haalde bij het gesprek tussen zijn moeder en Ingrid om aan de buurman te vragen of hij dacht of ze het misschien over hém hadden, zat ik bijna hardop te foeteren; wordt eens volwassen man, kom op.
Maar toen bedacht ik, omdat dit zó over de top was, dat het misschien wel bedoeld is als uiting van het nooit gezien worden door de moeder omdat die alleen oog had voor zijn overleden broer. Althans in zijn beleving.
Maar dat bedacht ik dan wel in een vlaag van mildheid, want verder heb ik dus vooral zitten foeteren.
We hebben het er al vaker over gehad dat een onsympathieke hoofdpersoon niets hoeft te zeggen over de kwaliteit van een boek en of het je pakt,
en ik denk als dit boek me had weten ‘te pakken”dat me dat niet uitgemaakt had,
Maar nu was dit dus niet het geval.
En Paarden stelen was nog wel zo mooi.
Willeke