Flaptekst: Al bijna haar hele leven woont Vera in een oude boerderij nabij Hamburg en toch voelt ze zich er niet thuis. Als kind ontvluchtte ze met haar moeder het oorlogsgeweld in Oost Pruisen, en ze blijft een vluchteling die nooit echt is aangekomen. Vera erft het grote koude huis, maar het lijkt niet van haar te willen zijn en ze laat het verkommeren. Tot op een dag weer twee vluchtelingen voor de deur staan: Vera's nicht Anne met haar zoontje. Anne is gevlucht uit Hamburg, waar ambitieuze ouders hun kinderen als prijsbokalen door de straten dragen, en waar haar man van een ander houdt. De trotse eenzaamheid van beide vrouwen wordt door het dorp gerespecteerd. En dat Vera en Anne meer gemeen hebben dan ze denken, wordt duidelijk als ze schoorvoetend beginnen met het opknappen van het weerbarstige huis.
Prachtig boek dat op een lichtvoetige manier de draak steekt met de idealisering van het platteland door de lifestyle-adepten uit de grote steden. Erg grappig en heel herkenbaar. Onder al die ironie schuilt echter de tragiek van mensen die hun hele leven door trauma's worden geplaagd. Niet in staat zich nog ergens thuis te voelen, 's nachts vechtend met de spoken, proberen ze zich zo goed mogelijk door het leven te slaan. Het grote huis in het Altes Land (een streek aan de Elbe ten zuidwesten van Hamburg, vol appel- en kersenbomen, waar Platduits wordt gesproken) staat centraal. Vele levens hebben zich hier afgespeeld, maar het zal nooit alleen van jou zijn, zoals de voorgevel meldt: Dit Huus is mien un doch nich mien, de na mi kummt nenn't ook noch sien.
Veel humor met een bloedserieuze ondertoon. Een aanrader!