Ik heb het boek nog niet uit, het leest niet snel, maar ik ben gisteren wel naar een avond met de heer Rosenboom geweest.
Dit boek is een kentering in zijn schrijverschap, zegt hij, het is 'zachter', zijn personages zijn niet meer zo fanatiek.
Het was heel interessant om te horen hoe dit boek tot stand is gekomen.
Het eerste feit dat hij gebruikt heeft is het konijn, dat hij zelf een paar jaar terug als huisdier kreeg. Het boek zou in ieder geval gedeeltelijk moeten gaan over dierenliefde in dat dorp aan de Rijn, en iemand moest daar de katalysator voor zijn. De dierenarts was gevonden. Van hem maakte Rosenboom een eenzaam figuur, een buitenstaander.
De walvis zwom werkelijk door de Rijn, in 1966, waardoor de tijd van het boek bepaald was. Al heeft hij bewust dingen die de tijd zouden kunnen aanduiden ( televisieprogramma's, merken, nieuws) weg gelaten, vertelde hij.
Toen moest er een tegenspeler komen en hij herinnerde zich het waar gebeurde verhaal van Jan de Loper, die in het echt Kees de Tippelaar heet. Rosenboom heeft zijn leven als uitgangspunt genomen, waarbij hij zelf de grappen en grollen er bij verzon, want dat was leuk om te doen.
Vervolgens werd de ontmoeting van die twee mannen op zijn Rosenbooms tot stand gebracht. En daar is dan 'Zoete mond'.
Hij zei ook nog dat hij niet gedacht het dat het zo goed zou vallen bij het publiek.