De sperwer van Maheux
Gevolgd door In het spoor van de Camisards van Ton van Reen
Jean Carrière
De sperwer van Maheux is de roman van de stilte, over de eenzame strijd van een mens tegen natuurmacht en natuurgeweld in een van de robuuste uithoeken van Frankrijk, de onherbergzame Cevennen.
Het landschap biedt meer steen dan aarde, de zomers zijn drukkend heet, de winters ijzig koud, en bijna het hele jaar door heerst een alles doordringende wind. De boeren zitten er al generaties vastgeklonken aan vrijwel niets opleverende stukjes land. Ze leven eenzaam, sterven eenzaam. De dorpen raken ontvolkt.
De spe]rwer van Maheux gaat over de laatste bewoners van Maheux, het laatste gezin dat in 1947 nog gebleven is. Ze strikken lijsters, schieten hazen, proberen land te ontginnen. Als de vader, Reilhan de Zwijger, overlijdt en zijn vrouw gek is geworden van de stilte, keert de jonge Joseph-Samuel terug naar het geciviliseerde leven. De laatste zoon, Abel, blijft nadat zijn vrouw is weggelopen, volslagen eenzaam achter. Hij is bezeten van slechts één idee: een waterbron vinden.
Carrière hanteert een stijl die de dingen neerzet 'alsof' men ze zou kunnen vastpakken. De natuur, het dorp, de dieren, de wanhopig vechtende mensen, ze staan in zeldzame scherpte voor ons. De sperwer van Maheux wordt gevolgd door de reisnovelle In het spoor van de Camisards van de schrijver Ton van Reen. Van Reen gaat daarin op zoek naar het werkelijke Maheux, maar komt tot de ontdekking dat hij eigenlijk op zoek is naar de 'waarheid' van het verhaal van Carrière.
Recensie
Werken en overleven in de rauwe natuur van de Cevennen. Die strijd om het bestaan, 'de barbaarsheid van het leven', dat is het thema van deze streekroman die het verloop van de godvruchtige familie Reilhan en hun leefgebied rond 1950 portretteert. Het leverde Jean Carrière (1928-2005) in 1972 de Prix Goncourt op. Als zoon Abel uiteindelijk alleen overblijft, jagend en zwoegend op zijn schrale boerenbedrijf, als de verhoopte waterbron op de berg Aiqualette een illusie blijkt, beseft hij, geveld door al die tegenslagen, zijn onmacht tegenover de dominantie van de natuur, gesymboliseerd in de eigenzinnig rondcirkelende sperwer.
Toegevoegd is een intrigerend reisverslag uit 1987 van Ton van Reen (1941) die een zoektocht onderneemt naar de restanten van het eertijdse territorium van de Camisards (opstandige Hugenoten) en de literaire verwerking ervan door Carrière. Zowel Carrière als Van Reen betoont zich in hun waarnemingen en commentaren ware cultureel antropologen met een scherp oog voor de worteling in een omgeving, in een traditie en inherente vergankelijkheid. Kleine druk.
Menno Gnodde
ISBN 9789086841332 | Paperback | 320 pagina's |
Uitgeverij IJzer
| september 2016