De vierde gongslag
Hafid Bouazza
Vier Essays schrijft Hafid Bouazza over opera in zijn boekenweekboek “De vierde gongslag”: Laten we er één uithalen: 'Elegie op een kind', over Jenufa, een opera van Leos Janácek.
Stel dat je deze opera niet kent, dan beschrijft Hafid Bouazza het decor zó beeldend, de muziek zo luisterbaar, de rollen zo levendig, dat het lijkt alsof je in de opera leeft.
Je ziet aan het begin van de opera de aardappels die door de vrouwen gesorteerd worden. Je ruikt de bloeiende rozemarijn op de schoot van Jenufa, die, zwanger, op haar geliefde wacht.
Het onderwerp van “Jenufa” mag dan nogal provinciaals zijn, volgens Bouazza, de muziek is dat allesbehalve. Mede door de volksdeuntjes, die zo’n beetje zijn handelsmerk zouden worden, betekende Jenufa Janaceks internationale doorbraak.
Ronduit romantisch lyrisch is het slot van dit hoofdstuk, waarin Bouazza Janacek vergelijkt met een bijenkorf:
“Janacek is een bijenkorf van muziek: alles wat eringaat wordt honing en de luisteraar verandert hij in een imker. Geen enkele andere componist weet zulke muzische mede te brouwen. Mede is een goddelijke drank. En haar roes is goddelijk”.
Alleen al voor deze vergelijking is het boek van Hafid Bouazza de moeite waard. Zijn kijk op opera wekt voor niet-kenners het verlangen naar een opera meemaken op en voor kenners stof tot discussie en herbeluisteren.
Uitgeverij Pimento ISBN 9049970095