Vadertje Langbeen
Jean Webster
Het weesmeisje Jerusha Abbott, dat in het John Grierhuis opgroeit, wordt bij de directrice geroepen en verneemt dat een van de rijkste regenten van het weeshuis zich haar lot heeft aangetrokken en haar wil laten studeren voor schrijfster. Een voorwaarde is dat Jerusha hem eens per maand een brief moet schrijven, waarin staat welke vorderingen ze maakt. Zij moet de brief richten aan mijnheer John Smith, en hij moet gezonden worden aan zijn secretaris. De naam van de regent is niet John Smith, maar hij wil onbekend blijven. Hij zal de brieven nooit beantwoorden, alleen als er moeilijkheden zijn, mag zij zich tot zijn secretaris wenden.
Omdat Jerusha een schaduw van de regent heeft gezien, toen hij het huis verliet en dit een lange dunne schaduw was, besluit zij hem in haar brieven Vadertje Langbeen te noemen.
Het boek bestaat verder uit de "eenzijdige briefwisseling" tussen Judy en Vadertje Langbeen. Langzaam groeit het vertrouwen van Judy in hem en begint ze van hem te houden. Uiteindelijk blijkt aan het eind dat Vadertje Langbeen toch niet zo onbekend voor Judy is als ze dacht en vindt ze het geluk bij haar Jongeheer Jervie.
Bron: Oude jeugdboeken
Geschreven door Jean Webster 1912 Vertaling van A.C. Tholema Met tekeningen van de schrijfster Uitgeverij Van Breda, Hulshorst 1953