Paleizen voor prinsen en burgers
architectuur in Nederland in de achttiende eeuw
Freek Schmidt
In 1759 bezocht de Zweedse natuurwetenschapper Bengt Ferrner de Republiek der Verenigde Provinciën. Hij was gefascineerd door de pracht en rijkdom van de huizen en buitenplaatsen van particulieren. Het leek alsof de burgers beschikten over de paleizen die de machthebbers in Den Haag misten.
De explosieve stadsuitbreidingen van de Gouden Eeuw waren voorbij, maar het aanzien van de steden veranderde in de 18e eeuw drastisch. Veel huizen werden verbreed, met een of twee verdiepingen verhoogd en van een achterhuis voorzien.
Het woonhuis werd steeds meer een verzameling comfortabele, paleisachtige vertrekken. Terwijl in Frankrijk, dat internationaal vaak de toon aangaf, de weelderige versieringen van de Lodewijkstijlen beperkt bleven tot het interieur, werden ze in ons land ook verspreid over gevels, van stoepen tot en met de kuifstukken in de top.
De Nederlandse architectuur van de 18e eeuw is een dynamisch geheel van wisselende stijlen, grote bouwkundige innovaties, nieuwe gebouwtypen en belangrijke ontwikkelingen in het beroep van architect.
Dit boek beschrijft het Nederlandse architectuurklimaat in de eerste helft van de achttiende eeuw. Ambachtslieden domineerden de bouwwereld, opdrachtgevers manifesteerden zich in de ruimte die ontstond door het ontbreken van een hofcultuur. Regeringsgebouwen en stadhouderlijke verblijven maakten weinig indruk, de woonhuizen van de regenten daarentegen waren modern en imposant.
Paleizen voor prinsen en burgers is een boeiende uitgave waarin de rijkdom van de achttiende-eeuwse architectuur op een heldere manier uiteengezet en fraai geïllustreerd in beeld gebracht wordt.
Uitgever Waanders, Uitgeverij ISBN 9789040082412 Bindwijze Harde kaft Verschijningsdatum november 2006 Aantal pagina's 256