Guus Kuijer laat Thomas zelf de aanzet geven voor dit boek. De volwassen Thomas brengt hem zijn notitieschrift en de schrijver maakt er een boek van. Gedurende het verhaal leest de lezer regelmatig mee in de notities en bedenkingen van Thomas. Dat vergroot de interactie tussen lezer en hoofdpersonage.
Het verhaal beschrijft nauwkeurig gedetailleerd een korte periode uit het leven van Thomas. Het wordt langzaam verteld, waardoor je nog gemakkelijker mee stapt in de belevingswereld van Thomas.
Als je dit boek begint te lezen, lijkt het over de machteloosheid van een kind en van een moeder te gaan. Maar hoe verder je de personages leert kennen, hoe meer het besef groeit dat het vooral gaat over de machteloosheid van een vader.
Het boek van alle dingen speelt zich af op een maatschappelijk scharniermoment. De positie van vrouwen verandert (of beter gezegd, die van de huisvader als pater familias is niet meer vanzelfsprekend) en de euforie van na de oorlog geeft ruimte aan een vrijere interpretatie van het geloof. Het moet ongetwijfeld voor vele mensen, net zoals voor Thomas’ vader, moeilijk geweest zijn te wennen aan die nieuwe tijden.
Ze zien de absolute zekerheden van het strenge Calvinisme en de patriarchale samenleving wegebben. Of hoe blijkt dat fundamentalisme in elk geloof en op elk niveau voorkomt en van alle tijden is. Een reactie uit angst een aantal zekerheden te verliezen.
Guus Kuijer heeft het historisch kader van zijn verhaal zeer gerespecteerd. Hij is er uitstekend in geslaagd de sfeer van 1951 weer te geven.
Toch is het niet alleen een somber boek. Tussen de regels vind je de typische humor van Guus Kuijer terug, zoals die bijvoorbeeld ook in de boeken van Polleke aan bod komt. Heel leuk zijn bijvoorbeeld de conversaties die Thomas houdt met Jezus, van wie hij zíjn ‘Here Jezus’ maakt en wie hij alles wat hij wil in de mond kan leggen. Ze vormen een tegenpool van de God van Thomas’ vader en maken het drukkende verhaal toch wat luchtig.
Over de tekeningen bij dit verhaal (Peter-Paul Rauwerda) kan je op zijn minst zeggen dat ze sober zijn en de sombere kant van het verhaal mee onderstrepen, maar ik vind ze toch net té oubollig voor een verhaal dat in de beste schrijftrant van de 21ste eeuw geschreven is.