Maar daar gaat het in dit boek niet over. Het jongetje heeft zijn eigen beelden bij het noemen van namen van dieren zoals neushoornvogel of bigkikker - die beelden worden ook in het boek weergegeven - aan het eind ziet hij hoe ze er werkelijk uitzien, heel anders natuurlijk.
Maar het is juist de fantasie van het jongetje dat het boek zo leuk maakt.
Je schrijft:
"Als dat kind beweerde dat een schaap 12 poten had, moest je daar niet tegen in gaan en zeggen dat het er maar vier waren. En als je knutselmateriaal gaf om een rups te maken, mochten dat niet alleen rondjes zijn, zoals ze gewend zijn, maar ook driehoekjes, vierkantjes enz..."
Ik denk dat een kind er al gauw genoeg achter komt dat een schaap 4 poten heeft en een rups niet uit vierkantjes bestaat. Als ze op latere/oudere leeftijd dat nog vol overtuiging roepen, dus op ene leeftijd waarop ze het zeker kunnen weten, is het wat anders, maar laat een jong kind lekker fantaseren en dingen roepen, wat maakt het uit, dat komt vanzelf wel goed.
Dettie