Even een stuk tekst. Er wordt toch wel duidelijk wat het voor 'repatrianten' betekent om in ons koude landje te belanden. En niet als een opsomming van feiten maar als een gebeurtenis waarin Lily ons laat delen.
Het staat er wel, maar waarom leeft deze tekst niet? Ik dacht even dat het kwam door de tegenwoordige tijd, maar dat kan het niet echt zijn.
Uit het boek; hoofdstuk 'Op stand'
Als jullie anderhalve maand eerder waren aangekomen, hadden jullie de bollen kunnen zien bloeien,’ zegt André over zijn schouder tegen haar. ‘Die velden staan hier dan vol met tulpen in alle kleuren van de regenboog.
‘O, ja?’ Lily probeert geïnteresseerd te klinken, maar ze kan het zich eigenlijk niet voorstellen. Bloemen, kleuren, hier?
Langs de weg staan af en toe huizen in verschillende tinten bruin, het ene groter dan het andere. Ze hebben allemaal tuinen, die zelfs direct aan de duinen liggen. Hoe zou het huis eruitzien waar zij gaan wonen, zou het een grote tuin hebben? Ma heeft al hun meubels verkocht in Bandoeng, hoe moeten ze nu zonder? Pa zegt dat de mensen in Nederland bijna nooit personeel hebben. Hoe doen ze dat dan? Wie kookt er en wie doet de was? Het is stom, maar ze heeft er de hele reis niet over nagedacht, niet over na wìllen denken. En nu ploppen de vragen achter elkaar in elkaar op, als poffende maiskorrels in een popcornpan.
Lily loopt achter haar aan, de trap op. Haar voeten zakken weg in het roodbruine tapijt van de loper die met koperen stangen op zijn plaats gehouden wordt. Zou mevrouw de Bruïne die zelf poetsen? Dat kan ze zich niet voorstellen.
Voordat ze boven is, zegt mevrouw de Bruïne: ‘Hier is het.'
In haar stem klinkt triomf, alsof ze pa en ma een balzaal laat zien. Het blijft akelig stil, dus zo groot zal het niet zijn. Met lood in de schoenen stapt Lily de kamer in, die meteen helemaal vol is.
‘Dit is een tweepersoons opklapbed voor u beiden… ’Aan een van de wanden staat een soort kast met een gordijntje. Dat trekt mevrouw de Bruïne opzij zodat er een ijzeren spiraal zichtbaar wordt. ‘Overdag kunt het opgeklapt laten, zodat u meer ruimte hebt.’ Ze draait zich om en wijst naar het stapelbed dat er tegenover staat.’ Dat is voor uw dochters.’
(-)
‘Hier is de badcel…’ Mevrouw de Bruïne trekt een kastdeur open. ‘Er is een wastafel en een douche. Over de wastafel heeft een mannetje een handige plank getimmerd, waar het oliestel op past. Daar kunt u eten op warmhouden. Ik kook uiteraard voor u, dus een gasstel of andere keukenspullen hebt u niet nodig. Dat voorkomt ook dat het huis van allerlei vieze kookluchtjes doortrokken raakt.‘
Lily geeft Joyce een por. Alsof zij stinkend eten zouden koken. Die mevrouw heeft een fijn beeld van repatrianten.
Ondertussen praat mevrouw de Bruïne gewoon door. ‘Overigens zijn wij Nederlanders gewend eenmaal per week te douchen. Ik zeg het maar, want er gaan wilde verhalen over jullie Indische mensen.’ Ze lacht kunstmatig. ‘Dat jullie bijvoorbeeld elke dag baden.’ Ze spreekt het woord uit alsof het iets belachelijks is. Natuurlijk baden zij elke dag! En die mevrouw is er nog trots op ook dat zij dat niet doet. Wat een smeerpoetsen, die mensen hier.